Landkaartje Vossen [Nymphalidae] Araschnia levana
    Landkaartjes doen het in Park Spoorzicht in Diemen, al jaren erg goed.
Het grootste probleem was om in het Laegieskamp voldoende brandnetels te vinden, op luwe plekjes, met ochtendzon.
Ik trof de meeste landkaartjes aan tijdens de lunch van twee uur; rupsen zag ik nergens, geschikte plekken ervoor ook niet.
Het zuidelijk kilometerhok voldeed wel meer aan het zoekbeeld, dan het noordelijk.
 
  Zie:   Vliegtijden tabel  
  Foto's:   De foto's zijn gemaakt in Park Spoorzicht in Diemen (km-hok 126x484)
Foto1, Foto2, Foto3, Foto4, Foto5.
 
 
  gevonden karnemelksloot midden karnemelksloot noordwest karnemelksloot noordoost blauw grasland tennisbanen verlengde fortlaan zwembadvallei wei1 wei2 wei3 wei4 zwembadbos west zwembadbos oost eco-sloot fort pannekoek   Verspreiding:
Zeer algemene standvlinder in ruim eenderde van alle Nederlandse uurhokken. Concentratie ligt meer oostwaarts dan vroeger. Zeer veel meer meldingen in het Gooi. Landkaartje komt voornamelijk voor op voedselarme zandgronden, maar ook in randstedelijk gebied en in oude droogmakerijen in het westen en noorden van het land.

Waardplant:
Er is maar een waardplant: de grote brandnetel. Voorkeur hebben brandnetels op vochtige, beschaduwde plaatsen, bv. langs beekjes, plasjes of in donkere bosranden. De eitjes worden in groepjes van 10 stuks op de onderzijde van een blad gelegd, en hangen als een kralensnoer aan het blad omlaag. De rupsen leven samen op de onderzijde van het blad.

Dagbesteding: Zo'n 43% van de dagactiviteit bestaat uit nectar zoeken, op meer dan 68 soorten planten.
O.a.: koninginnekruid, akkerdistel, bereklauw, gewone engelwortel (fluitekruid, look-zonder-look), braam, guldenroede, ruit, watermunt, kruipende boterbloem, echte valeriaan, pinksterbloem, paardebloem, speerdistel.
 
  Generaties:   Twee tot drie generaties per jaar. Eerste generatie van half april tot eind juni; piek: 10 mei - 15 juni. Tweede generatie eind juni tot eind september; piek: 10 juli tot 15 augustus.  
  Overwintering:   De soort overwintert als pop, hangend aan de waardplant of vlakbij in de vegetatie.  
  Vlucht:   Vlucht: bosranden, houtwallen, hagen, heggen, bomenrijen, struwelen zijn de verbindende lijnen.
Eitjes: vochtige beschaduwde plaatsen met brandnetelbosjes.
Nectar: ruigte, tuinen.
 
  Beheer:   Bosranden en houtwallen moeten geleidelijk in elkaar overlopende randen hebben. Aan de zonzijde moeten inhammen in de bosrand zorgen voor windluwe plekjes. Elke inham kan een apart territorium zijn.
Nectaraanbod: in mei, juli en augustus grootste behoefte.
Overwinteren: brandnetelbosjes moeten blijven staan.
 
  Observaties:   Onrustige vlucht. Mannetje verdedigt territorium, vrij fel, wervelend tot hoog in de lucht. Patrouilleren doen ze ook nog al vaak: zo'n 10-15 meter een pad op en af.  
dagvlinders=>landkaartje