Colofon
De PEN-eiland site is ontstaan vanuit een werkstuk en enkele excursies in 1997.

In die tijd had Bureau Stadsecologie voor opdrachtgever Rijkswaterstaat net een rapport geschreven.
Dat Ecologie-rapport over het PEN-eiland, de Bocht van Ballast en de hele kust tot aan de Muider Kruitfabriek biedt een schatkamer aan gegevens over dit deel van de Ecologische Hoofd Structuur.
Bomen, planten, vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën en vlinders, er is van alles in te vinden.
Maar bijvoorbeeld paddenstoel gegevens ontbreken.
 

  Ontbrekende details
Via Robert Verheule (Rijkswaterstaat) kreeg ik dit Ecologie-rapport in handen. De berkopslag bij het Paardenweitje had mij verwonderd, omdat ze op rij stonden. Die begroeiing past totaal niet in het beeld van een wilgenbroek. Dat klopt, zei hij, ze zijn daar aangeplant door Rijkswaterstaat om bagger vast te leggen, bagger uit het Amsterdam-Rijn kanaal, rond 1983. Dat was een detail dat in het rapport ontbrak.

Tijdens voorbereidingen voor de flora-excursies op de Diemerdammerdag bleek dat niet alle indicatorsoorten terug te vinden waren. Dat de blauwborst niet werd aangetroffen, was niet zo vreemd. Maar dat de grauwe wilg, indicator van een vermeende verlanding en verdroging, niet voorkwam op de bewuste plekken, verbaasde me zeer. Het rapport steunt zwaar op deze vondst als bewijs voor een voortschrijdende successie naar essen-iepenbos.


Begrazing
Het PEN-eiland lag open en was goed te betreden. Daarvoor waren twee oorzaken, begreep ik naderhand. Ten eerste was het bos bijzonder goed geïnventariseerd in het voorgaande jaar, en de paden daartoe, waren goed open gelopen. En ten tweede werd het PEN-eiland begraasd door paarden die veel van die paden zelf aanlegden als zij door het bos stampten.

In de jaren daarna kwam Stichting Ark het terrein beheren. Ditmaal waren de grote grazers hooglanders in plaats van paarden. Dat leidde tot een ander soort paden, en tot een ander soort vraat- en schuurschade dan die door paarden ontstond.


Bosbeheer
Het effect van die begrazing opende mijn ogen voor bosbeheer en bosontwikkeling. Door begrazing verjongt een bos niet langer. Jonge bomen worden afgegraasd, en het lijkt dan net alsof de pioniersfase in de bosvorming het eindstadium bereikt. Maar je kunt daardoor ook niet vaststellen of het volgende ontwikkelingsstadium begint. Want als er al jonge esjes zouden kiemen, dan kunnen die ook meteen weg gegraasd zijn.
Ik was dan ook zeer benieuwd of, zodra de begrazing werd gestopt, een nieuw successiestadium zou aanbreken. Dat gebeurde niet, zelfs niet 6 jaar later. Wel had het kappen van veel wilgen in winter 1999-2000 tot gevolg dat het wilgenbos zich massaal verjongde. Geen successie maar hervatting van de pioniersfase.

Het volgen van de ontwikkelingen op het PEN-eiland is vooral aardig als je dit jonge gebied vergelijkt met een ander jong, spontaan bos dat zich richting elzen/wilgen-rijk essen-iepenbos ontwikkelt: Park Spoorzicht in het centrum van Diemen. Daar kiemen jaarlijks duizenden jonge essen, zowel onder wilg als onder els.
Op het PEN-eiland is er geen sprake van kiemende zaailingen. Ik heb er in al die jaren geen een gevonden in het bos.


Planvorming
Ik ken het PEN-eiland sinds 1981. Maar sinds het zich in de belangstelling mag verheugen van de project ontwikkelaars van ROM-IJmeer, van de provincie en van LNV, is de vanzelfsprekendheid ervan af. Sinds de eerste plannen van Vollmer in 1995, zijn bestaande ideeën voortdurend bijgesteld.
Wat gaat het worden? Hoe komt het eruit te zien? Wat zijn de argumenten voor of tegen bepaalde ingrepen, en wat komt er terecht van natuurcompensatie in reeds bestaande natuur?
Hoe verhouden de politici zich tot de planvorming, en wie zijn de drijvende krachten in dat veld? En waarom gaat dat alles al door maar door, buiten de gewone burger als gebruiker van dit bos om?

Ik besloot mijn gegevens, vragen en kritiek on-line te brengen. Waarvan akte.
 

Laatst gewijzigd: 1-04-2006