De plantengallen Top Tien van Spoorzicht.  


  kilometerhok [126,484] bevat:   Plantengallen groeien vooral op bomen, maar ook op planten en paddestoelen.
In Park Spoorzicht in Diemen staan veel bomen: er groeit vooral veel zwarte els, gewone es, veldiep, amandelwilg en kraakwilg. Plaatselijk staat ook hazelaar, berk, zomereik, ratelpopulier, schietwilg, katwilg, bittere wilg grauwe wilg en vlier.
Op zomereiken komen ruim zeventig soorten plantengallen voor en op de diverse wilgensoorten komen nog eens ruim 50 soorten plantengallen voor in Nederland.
Andere boomsoorten kennen landelijk gezien minder soorten gallen.
 

  1. Wilgenroosje,
Gewone wilgenroosjesgalmug
Gastheer: Schietwilg, Kraakwilg,
(Rhabdophaga rosaria)
  Lang niet alle soorten kom je altijd tegen.
In jaren met weinig gallen kom je de generalisten nog altijd wel tegen, zoals het Wilgenroosje (1), dat iets makkelijker te vinden is in jonge dan in oudere wilgen, omdat je anders zo hoog moet zoeken. En zoals de Ananasgal, de Lensgal en de Plaatjesgal op Zomereik, het Elzennerfpuistje (op Zwarte els), het Iepenpuistje en de Grasluisgal (op Veld- of Kurkiep).
 


  41 Kb, satijnen knoopjesgal op  zomereik 2. Satijnen knoopjesgal,
Satijnknoopgalwesp
Gastheer: Zomereik,
( Neuroterus numismalis)
  Generalisten zijn plantengallen die ieder jaar te vinden zijn. Soms zijn er veel, soms zijn er weinig.
Hun galveroorzakers zijn gebonden aan het voorkomen van een bepaald soort gastheer, maar doen niet moeilijk over de leeftijd van de gastheer, zoals de Satijnen knoopjesgal, of over de aanwezigheid van andere soorten gastheren.
 


  9 Kb, ramshoorngal op zomereik ( andricus aries ) 3. Ramshoorngal,
Gastheer: Zomereik
( Andricus aries )
 
  Specialistische plantengallen komen alleen maar voor op jonge of juist oudere bomen, of alleen maar op laanbomen of alleen maar op alleen staande bomen.
Zo'n specialist in park Spoorzicht is de Ramshoorngal. Deze is tot 2011 alleen gevonden op een jonge, alleenstaande zomereik, op een beschutte, warme plek. In 2007 vond ik er een stuk of tien in de kasteeltuin van Nijenrode (Breukelen) op een volwassen, alleenstaande zomereik.
Deze gal is nieuw in Nederland, en sinds 2002 jaarlijks aangetroffen in Park Spoorzicht, met verse gallen in juni en in oktober.
Over deze plantengal en haar 2,2 mm grote bewoners, hebben Jojanneke Bijkerk & Jan Willem Wertwijn een stukje gepubliceerd in Natura 2004, nr 3, het landelijk KNNV-blad voor leden.
 


  Rode erwtengal op zomereik (Cynips divisa Hartig) 4. Rode erwtengal,
Rode erwtengalwesp
Gastheer: Zomereik,
( Cynips divisa Hartig )
  De Rode erwtengal is ook een specialist.
Deze komt voor op jongere tot iets oudere, net eikels dragende zomereiken.
 


  9 Kb, elzenvlag op zwarte els ( taphrina alni ) 5. Elzenvlag
Gastheer: Zwarte els,
( Taphrina alni )
 
  Nog zo'n specialist onder de plantengallen is de Elzenvlag. Je treft 'm zelden op hele jonge elzen, behalve als ze als haagbomen zijn aangeplant en als ze dicht opeengedrongen staan in een bosje. De elzen met elzenvlag op Spoorzicht hebben vaak een stamdoorsnee van zo'n 12-15 cm, en zijn dan al gauw zo'n 12-15 jaar oud. Ze zijn krachtig, en hebben vaak veel meer katjes dan jongere soortgenoten.
Onze eerste Elzenvlag vonden we ergens in de buurt van de Regge in Twente in een haag. Dus laag bij de grond. Het was vroeg in de zomer, en ze zijn dan prachtig rood. Maar in Park Spoorzicht vonden we er dit jaar in de nazomer een stuk of zes hoog in de lucht, en dan zwart, dus oud. Daar ben je niet altijd op bedacht. Bruinzwart gekleurde Elzenvlaggen op bruinzwarte katjes vind je ook niet zo makkelijk meer. Het zonlicht moet er maar net op vallen.

 


  6. Elzennerfpuistje
Elzennerfhoekmijt
Gastheer: Zwarte els,
(Eriophyes inangulis)
  Het Elzennerfpuistje komt veel voor op Spoorzicht. Gallen zijn vaak al aanwezig nog voordat de Elzenhaantjes hun gele eierklompjes hebben afgezet.
Als deze eitjes uitkomen begint er een ware race om te overleven tussen de galbewoners en de larven van het Elzenhaantje. Deze larven eten alle bladgroen uit het blad weg. Alleen de nerven en de gallen blijven over, en het blad valt dan rond augustus van de boom op de grond, met gallen en al.
 


  7. Behaarde knikkergal,
Grauwe wilgbladwesp
Gastheer: Grauwe wilg,
(Pontania pedunculi)
  Het Behaarde knikkergalletje is echt zo'n dingetje waar je naar moet zoeken, tussen juli en oktober. Meer dan twee-drie vindt je er niet op 3,5 hectare bos.
Wilgen zijn voor veel mensen lastig uit elkaar te houden, vooral als ze niet bloeien, oftewel ruim 11 maanden in 't jaar.
Als mensen nu eens wat meer op de plantengallen letten! Sommige wilgen kun je op naam brengen door het herkennen van de gal.
De Grauwe wilg laat zich overigens nog betrekkelijk makkelijk herkennen.
 


  8. Iep-grasluisgal,
Gastheer: Veldiep,
(Tetraneura ulmi)
  De Iep-grasluisgal met z'n fraai groene knotsvorm, komt geregeld voor op Spoorzicht. Vooral op in de middagzon gelegen boszomen van iep. De veroorzaker is een kolonie bladluizen die twee gastheren heeft: in voorjaar-zomer de Veldiep, en in najaar-winter het gras eronder.  


  9. 't Peertje,
Springende hazelaargalmug
Gastheer: Hazelaar,
(Contarinia corylina)
  Hazelaars hebben katjes. Er is een galmugje dat eieren legt in de bloemschubben van het katje. Zo begint galvorming die het katje peervormig doet opzwellen. Op Spoorzicht kom je deze gallen in de nazomer tegen, vooral in de zodenhoek op overhangende takken aan de schaduwzijde van de Hazelaar.  


  10. Hazelroosje, of Rondknop
Hazelaarrondknopmijt(-gal)
Gastheer: Hazelaar
(Phytoptus avellariae)
  Galmijten zoeken in herfst en winter beschutting in de knoppen van de Hazelaar. Ze overwinteren in de gal die daardoor ontstaat. Op Spoorzicht komen we deze roosjes steeds vaker tegen, vooral op jonge Hazelaars in de bosrand van het Elzenbroek.  


  Natuurlijk komen er veel meer soorten plantengallen voor in Park Spoorzicht. Op wilg, op eik, op els, op iep, op es, op hondsdraf en op grote brandnetel, bijvoorbeeld. Liefhebbers kunnen terecht op diemen plantengallen voor meer informatie.  

poes gijs