Laatste update: 22 juni 2026
Oorspronkelijk geplaatst: 24 februari 2015

Lichtschachten, wat zijn dat?

opschonen
Geen bosrand, geen lichtschacht
De bosgrond is opgeschoond door jong opschot af te snoeien. Daardoor komt er meer licht op de grond, en daar kunnen planten dan tot bloei komen, en zo nectar leveren voor bijen, hommels en vlinders.

Er is licht op de grond maar geen beschutting; de bosrand ontbreekt.
Dit is dus een ander type ingreep.
(24 februari 2015).

lichtschachten
Lichtschachten zijn uitgekapte lichtbanen in het bos. Die kunnen lijnvormig zijn, cirkelvormig of ovaal, en ze lopen nooit door. Het zijn geen mensenpaden, geen speelplaatsen en zeker geen plekken voor honden.
Lichtschachten maken is een vorm van dunning waarbij je hele stukken bos ongemoeid laat, maar op enkele plaatsen zeer stevig dunt door alles wat er staat te vellen.
Lichtschachten maken is op die manier bosverjonging. Je bestrijdt daarmee de monocultuur (alle bomen zijn immers even oud), en dat maakt een bos gezonder.

Elke schacht heeft twee bosranden, en in bosranden leven de meeste wilde dieren. Hoe meer bosranden, hoe beter voor de fauna, is het onderliggende idee.

Voor dieren zijn lichtschachten open plekken met een spel van zon (om het lichaam op te warmen) en schaduw (om het lichaam af te koelen). Voor koudbloedige dieren zoals padden, salamanders en vlinders zijn dat onmisbare levensvoorzieningen.

Warmbloedige dieren zoals muizen, marters en vossen hebben de zon minder nodig omdat ze niet afhankelijk zijn van zonnebaden en schaduwbaden om hun lichaamstemperatuur te regelen. Die warmbloedige dieren komen er natuurlijk graag. Het is hun voedseltafel.
(24 februari 2015).

Tot zover de theorie. De praktijk is een andere.
De mens is een warmbloedig dier, en al eet hij geen muizen, hij komt er ook graag.

Voor de mens loopt er nooit iets dood. Als een pad dood lijkt te lopen, dan gaat de mens (ook met hond), zoeken of er achter de struiken iets te vinden is ook maar een beetje wat kan lijken op een doorgang.

Dat moet je niet willen. Vooral niet in het broedseizoen. Dus helaas, er moet een pad langs, om zulk eigen initiatief voor te zijn. En het pad mag niet doodlopen. Zelfs als je dat pad alleen voor kinderen maakt (dus extra smal), dan blijkt dat al die volwassenen zich toch altijd kind zijn blijven voelen. En dus ook nou net dat ene smalle paadje prefereren.
Aanvankelijk maakten we een kort pad; bij de middellijn van het vroegere voetbalveld ging het pad direct terug naar de bosrand.

De bedoeling was simpel: op die manier ontstond er een manier om twee excursie groepen langs elkaar te loodsen zonder dat de groepen elkaar zagen.
En omdat het zo'n kort ommetje was, zouden alle nieuwsgierige aagjes het snel voor gezien houden. Nee, het loopt niet dood, maar stelt ook geen ruk voor. Einde belangstelling.

Dat idee klopte te goed. Kinderexcursies volgden het hoofdpad, niet het kinderpad.
Kinderen die aan de juf vroegen om dat kleine paadje op te gaan, kregen te horen dat het alleen maar een klein eindje verder terug op pad kwam. Oftewel, ze werden geweigerd om hun eigen instinct te volgen. Dat was niet de opzet, dus het pad moest anders.

Luisterend naar de juffen bleek er een tijdsprobleem te zijn. De route moest om didactische redenen ongeveer 10 minuten korter zijn, om uit te komen met de tijd.

Dat verlangen was simpel te regelen, maar wel in strijd met voorgaande overwegingen: een verbinding over de middellijn van het voetbalveld.
Die verbinding kwam er pas in 2019. Met voorspelbaar resultaat. Mensen lieten de hond voortaan 10 minuten korter uit. Honden klagen nooit.

Waar we in 2015 geen rekening mee hielden, waren invasieve exoten. Voor de Europese Unie bestonden die al in 2010, maar bij ons was dat besef nog niet ingedaald.

In 2017 wel. In 2019 schreef ik een aantal artikeltjes in Blaadje over plaagsoorten in Spoorzicht.
Ik noemde het fenomeen plaagsoorten omdat de herkomst van een soort een twijfelachtig criterium is.
Neem Rode kornoelje. De soort hoort van nature thuis in Zuid-Limburg (zegt men bij Floron), overal elders zou het dus een tuinontsnapping (vogelwerk of zaadbom) moeten zijn, dus op z'n best verwilderd.
Rode kornoelje wordt noch gezien als plaagsoort, noch als invasieve exoot. Maar ik ervaar de Rode kornoelje inmiddels wel als plaagsoort omdat hij overal opkomt op plekken waar ik open ruimte heb gemaakt met beheermaatregelen.
Ik werd pas goed kwaad toen ik iemand sprak die besjes van de hortulanis van de VU met handenvol had rondgestrooid. Dat verklaarde veel (vooral ergernis).

Voor bestrijding van niet-inheemse plaagsoorten heeft de EU een zwarte lijst en een subsidiepot, die in Nederland via de provincies is leeg te trekken.
Voor plaagsoorten van eigen bodem (zoals riet en haagwinde) zoek je zelf maar financiering.

Lang verhaal kort. Het blijkt dat als je lichtbanen kapt in een bos, invasieve exoten zich versneld uitbreiden.
Dus. Hoe goed de theorie van bosverjonging ook klinkt, je bevordert vooral de invasieve exoot.

Achteraf valt op dat de noordelijke lichtschacht nergens wordt genoemd of getoond. Zelfs foto's ontbreken. En dat is merkwaardig omdat juist daarvan ook het een en ander te melden valt. Zo kiemden er onwaarschijnlijk veel Rode kornoeljes op de kop van de schacht, langs het pad van het Vlinderlaantje, en stonden er onwaarschijnlijk veel Canadese kornoeljes dieper in de schaduwrijkere nis (inmiddels verwijderd).
Uiterst zuidelijk (in het meest duistere deel van de lichtschacht) zijn vindplaatsen van pinksterbloem (bloeiend in april) en goudveil. Het zijn soorten die er al jaren stand houden en de vindplaatsen worden onderhouden door een Poolse kruidenzoekster die dolblij is met deze Rode Lijst vondsten in Diemen. Deze natuur doet haar denken aan vroeger, aan thuis, aan Polen.

  Beheer Spoorzicht   Tot     1 juli 2026 https://werthof.home.xs4all.nl/
Vanaf 1 juli 2026 https://werthof.mijnweb.site/
     
Laatste stilistische wijziging: 22 juni 2026