Last update: 22 juni 2026
Oorspronkelijk september 2015
Padbeheer: Zand en Snippers
Foto: 17 mei 2021, zandbakken legen voor Spoorzicht
zand
Foto: 17 mei 2021, zand gearriveerd op Spoorzicht
zand
Foto's: 8 mei 2015
April-Mei. Rond mei arriveert meestal zand. Dat is van de zandbakken in het dorp die dan verschoond worden. In sommige jaren is dat veel, in andere jaren weinig (omdat het verdeeld wordt over allerlei clubs in het dorp).
Dat zand rijden de vrijwilligers later dat jaar uit over de paden. Zo herstellen we de schade aan de paden die in de winter stuk gaan als het te nat is, en er toch veel gewandeld wordt, of als er, zoals in 2015, zware machines door het park moeten rijden. Er is dan flink wat zand nodig om de paden weer mooi te krijgen.
En omdat het allemaal met kruiwagens en scheppen moet gebeuren, heb je ook flink wat sterke vrijwilligers nodig om het daar te krijgen.
zand
Drie man bleek in de meeste gevallen genoeg om elkaar niet in de wielen te rijden. In een terrein van 3,5 hectare, loop je aardig wat kilometers op een dag met die zandvrachten, en de paden zijn te smal om elkaar te passeren. Paden zijn met de kruiwagen gestort, en ongeveer even breed als een kruiwagen, dus 60-80 cm breed maximaal. Breder was domweg teveel werk.

Er zijn nogal wat parkbezoekers die er geen lijn in kunnen ontdekken.
Waarom ligt er hier zand, en liggen er daar snippers?
Was het zand op, of waren de snippers op?

Om het nog wat moeilijker te maken hebben we zand en snippers gemengd toegepast: een zandpad met een snipper toplaag. Dat heeft te maken met de beloopbaarheid en de berijdbaarheid van een zandpad (bestaande uit dek- of duinzand).
Zandpaden moeten ingroeien, d.w.z. bealgd raken. Zand wordt dan pas hard, en daarna loopt het makkelijker. Zodra er een fietser op komt, breekt de bealgde toplaag, wordt het zand weer stuifzand, en beginnen alle problemen opnieuw (de onbeloopbaarheid, er niet met een kruiwagen op kunnen rijden, kinderwagens onmogelijk, rolstoelen ondenkbaar).

Na 10 jaar zandpaden storten, viel het kwartje. Een miniem laagje houtsnippers als toplaag op een zandpad, en het probleem is getackeld. Ineens een prima, betrouwbaar pad, met een harde toplaag die hard blijft. In plaats van wit (of grauw) wordt het pad na een, twee winters zwart. Die zwarte toplaag van verteerde houtsnippers blijft stevig genoeg. En zelfs als de toplaag verpapt, en er rijdt weer een fietser over, dan zie de bandensporen wel in de toplaag, maar niet tot in de laag zand eronder. Doel bereikt: een schraal pad, met geringe mestuitspoeling, dat niet leidt tot vermesting en niet leidt tot verruiging van de bermflora.
zand
foto 20 juni 2020, voorpad ter hoogte van ingang-II, zand doet iets met bermplanten
Twee vuistregels:
1. Zand in de Zon, Snippers in de Schaduw.
2. Zand onder Es en Iep, Snippers onder Els en Wilg.

Daar koop je wat voor als je een els niet van een es, en een iep niet van een wilg kunt onderscheiden. Laat staan, waarom? Omdat de ondergroei van els en wilg van nature bestaat uit stikstofminnende ruigtkruiden, en bij es en iep niet.
Zo'n argument heeft geen zin, als mensen niet weten wat ruigtkruiden zijn, of, als ze dat wel weten, niet weten wat dan de stikstofminnaars zijn onder de ruigtkruiden. Toch is het zo.

Zand is voedselarm en duurzaam (blijft lang liggen). Snippers zijn voedselbommetjes, verteren snel, leiden tot modderige paden in de regentijd, en snipperpaden moeten ieder jaar opnieuw opgehoogd worden (het omgekeerde van duurzaam is tijdrovend).

Zelfs als mensen hier het hele jaar door dagelijks komen, valt ze dat niet op. Want de paden zien er altijd picobello uit. Klopt. Bedankt voor het compliment.

Maar waarom dan hier zand en daar snippers?
Snippers zijn voedselbommetjes, zijn rijk aan snel afgegeven meststoffen. Daar houden brandnetels van, en bramen. Dus als je ergens snippers stort, dan moet je vaker per jaar de bermen maaien. De meeste bezoekers merken dat niet. Want er wordt vaak gemaaid. En het maaisel is al weg als ze langs komen.

Wat ze ook niet merken is dat door dat voedselbommetje de kruiden verdwijnen uit de padkant. En juist die planten in de bermen zijn van groot belang voor vlinders, kevers en bijen. Veel mensen zien ze niet eens.
Anderen wel, en die graven ze uit, voor thuis. Zo zijn we orchissen en bosanemonen kwijtgeraakt die massaal werden uitgestoken, Toen ze nog voorkwamen. Soorten zijn wel uit te roeien, op die manier.
zand
Ander beheer kan roet in het spel gooien. Neem b.v. lichtbanen (een vorm van dunning van een houtopstand). Als je meer licht maakt in een donker bos, dan komen snipperpaden, aangelegd in de schaduw, ineens alsnog in de zon te liggen.

Daardoor werden we alert op het woekeren van Veelbloemige roos. Die roos houdt van compostrijke, luchtige en vochtige grond. Bij uitstek van houtsnippers aan padranden, dus. Niet noodzakelijk in de zon, maar in de zon komt de roos wel meteen tot bloei en bottelzetting.

In november maaien voorkomt bloei en bottelzetting in het eerstvolgende groeiseizoen.
zand
We hebben de afgelopen jaren veel gewerkt met houtsnippers, besteld bij de gemeente, en in gebruik om paden op te hogen.
Het grootste voordeel is het lichte gewicht, het grootste nadeel is de astmatische reactie van enkele vrijwilligers op de schimmels in de snippers.
Je moet snippers niet te lang ergens laten liggen; wespen maken er graag van gebruik als ondergronds verwarmd nest, en ze steken terug als je er een spitvork in steekt.

Snippers zijn per definitie niet duurzaam in gebruik. Op natte paden verpappen ze iedere winter, en moeten ze elk voorjaar overdekt worden met een nieuwe laag.

Aan die verpapping zitten ook voordelen. Goudveil is verslaafd aan verpapte, inheemse loofboom houtsnippers.
Daarmee bedoel ik te zeggen: vermijdt coniferen (terpentine basis), vermijdt alle naaldhout (kiemremmend), vermijdt niet-inheems loofhout, oftewel wees selectief bij de poort.

Regenwormen zijn ook gek op verterende houtsnippers. En daarom zie je vaak vogels fourageren op snipperpaden. Er wordt vaak stevig in gespit om de onderste worm boven te krijgen.

Bij Padbeheer hoort ook Padbermbeheer, en dus PadMaaibeheer
Voor sommige mensen spreekt het vanzelf, voor anderen niet, maar een pad heeft standaard een berm, die al dan niet is begroeid.
In Spoorzicht liggen in de berm meestal stukken boomstam. Die boomstammen vormen de schoring van het pad, want het pad ligt op een dijkje. De stammen houden het zand of de snippers tegen opdat die zich niet verder door de berm kunnen vespreiden. De stammen voorkomen dus ook (met reden) dat paden breder kunnen worden door verder uit te lopen, ten koste van de padberm.

In de bermen groeit gras, fluitenkruid, robertskruid, grote brandnetel, kleefkruid gewone berenklauw, geel nagelkruid, groot heksenkruid, speenkruid, soms wijfjesvarens,
Maar helaas groei er ook dijkviltbraam, canadese kornoelje, veelbloemige roos (alle drie invasieve exoot).

Bij gewone inheemse bermflora kun je meestal volstaan met (1x per jaar) maaien van 60 cm tot 1 meter breedte, eind juli, mits je de hoogste brandnetels eind juni topt.
Bij exoten ligt dat anders. Die moeten 3 meter worden terug gezet. Elk jaar opnieuw, want anders groeit het pad dicht.

In het elzenbos (eerste voetbalveld) liggen meerdere zandpaden (sommige met een toplaag van houtsnippers).
Op die paden groeit in de zomer meestal dauwbraam. Dat kun je er simpelweg afmaaien met een draadje (2,7 mm). De berm (30 cm weerszijden) pak je dan gelijk ook even mee. Harken is niet nodig. Het droogt wel uit.

Het zijn juist de bredere paden die dicht dreigen te groeien, eerst met brandnetels van 3 meter hoog, daarna met braamranken van 3 meter lang, en tot slot met kornoeljeranken. En daartegen moet je wat doen, want dat kan echt niet.


  Beheer Spoorzicht   Tot     1 juli 2026 https://werthof.home.xs4all.nl/
Vanaf 1 juli 2026 https://werthof.mijnweb.site/
     
Laatste stilistische wijziging: 22 juni 2026