![]() |
|
Foto: 12 november 2018 |
| Nieuw: eigen submenu
Deze pagina heeft een eigen submenu. Klik hier, en het submenu laadt in het frame naast de tekst. Vanuit het submenu kun je terug naar een menu op een hoger niveau.. |
| Beheer Canadese kornoelje (Cornus sericea) |
|
December 2018 bestreden we de
plaagsoort Canadese kornoelje.
Dat is een zogenaamde "invasieve exoot".
De soort staat niet (meer) op de Unielijst, want hij is al ingeburgerd, maar wordt wel als plaagsoort beschouwd. Dat wil zeggen dat hij kan gaan woekeren ten koste van de leefruimte van andere soorten (inheemse planten, en dus ook ten koste van dieren die van die inheemse planten moeten leven). Dus nee, in Nederland is hij geen exoot meer, maar wel invasief, volgens zelfbenoemde experts, en daarom staat hij overal, in ieder kilometerhok. En je hoort iedereen zeggen: rustig laten gaan. Dus ook in Natuurpark Spoorzicht? In 2018 telden we 6000 planten van deze soort, in etterlijke haarden op het terrein, waar ze met 40-50 stuks in groepjes bij elkaar stonden (kenmerk van een haard). |
"Wratjes" (lenticellen) van plaagsoort Canadese kornoelje |
| Qua determinatie zit het dus niet mee in Nederland.
Zelfs met een correcte sleutel (Wageningen, 1993), zul je op een hoger niveau niet geloofd worden door de zogenaamde experts.
In ieder geval niet tot 2014-2015.
Dus 6000 losse exemplaren geteld? Achteraf bleek dat de meeste exemplaren wel degelijk (maar onzichtbaar ondergronds) in haarden aan elkaar vast zitten. Daar kwamen we pas bij het rooien achter. De wortels liepen onder de strooisellaag door. |
Kaart vindplaatsen+lijn Tot Hier, en Niet Verder |
|
De vondsten zijn aangekruist (met rondjes) op een kaartje,
en op dat kaartje hebben we een lijn getrokken:
Tot Hier en Niet Verder. Alles ten westen van die lijn moet weg.
Het aantal haarden en het aantal exemplaren vergrootte de kans op succes. Toch is er daarna ook in de rechter onderhoek van het kaartje, dus onder de gele lijn gesloopt. Er waren daar meer vindplaatsen dan op het kaartje waren ingetekend. Badda en ik hebben in 2020 de plek aan de westelijke bosrand van het rietveld aangepakt. (ook onder de gele lijn). Dat was een bosje van 90 struiken die grotendeels onderling vergroeid waren. Na een dag sloopwerk, en enkele jaren achtereen nalopen, staan er in 2026 toch weer twee. Een plek om in de gaten te blijven houden. |
Foto 21 juli 2026 - Plek die met Badda is schoongemaakt in 2020 Er staan er zo te zien maar 4 (=1 cluster), tot 3 meter hoog, in bloei. |
| Aan de zuidkant van het rietveld staat een kastanjeboom
(Manuela's kastanje), en rondom die boom zit een haard van Canadese kornoelje.
Omdat ze aan de noordkant in de bosrand staan, blijven ze kleiner, bloeien minder intens,
maar dragen wel bessen. Het is daar het dode hout in het elzenbroek dat het rooien bemoeilijkt.
Veel stammen houden wortels er geklemd aan de grond. En je kunt er weinig mee zonder
eerst die stammen te verplaatsen. Een extra complicatie is een andere exoot
die daar ook een plaag veroorzaakt: Veelbloemige roos. Waar geen kornoelje staat, staat roos.
In 2020 zijn ze kort geknipt, omdat de spierkracht ontbrak om ze eruit te trekken. |
|
Het eerste wat opviel, was de herkomst: aan de oostkant (woonwijk kant) staan de meeste exemplaren, en hoe verder je naar het westen gaat, hoe verder het aantal daalt. Zou er buiten het park een exemplaar (of een bosje) te vinden zijn, wat zich heeft "uitgezaaid" (vogelwerk) in het park? Zo'n bosje vonden we inderdaad aan de rand van de woonwijk in de tuin en naast de tuin van een afbraakpand, in het gemeenteplantsoen. Het bosje is inmiddels gerooid, het huis afgebroken en er ligt nu 3 meter zand op die plek. Maar er blijven twijfels. Het kan een tuinontsnapping zijn (vogelwerk), maar het omgekeerde kan ook (een parkontsnapping door vogelwerk). Voor dat laatste pleitte de leeftijd van de struiken in de woonwijk (jonger dan de exemplaren in het park). Floristen spreken overigens altijd van tuinontsnapping, ongeacht de overdrachtrichting. En die richting kan voor het park juist relevant zijn. Noodgedwongen het fotoarchief geraadpleegd. Heb ik eerder iets vast gelegd? Resultaat: 1 foto van 20 mei 2001. Ja dus. Oorsprong bekend of onbekend, daarmee is park Spoorzicht hoe dan ook niet geholpen. De oorsprong is misschien weg, maar de gevolgen zijn volop aanwezig. Tenminste 6000 exemplaren, er is sprake van escalatie. |
We zaten met een aantal vragen (de literatuur erover gaf onvoldoende info):
|
| Protocol, evaluatie, versimpelen
Aan de hand van deze vragen en antwoorden is een protocol opgesteld voor rooien, transport, opslag en nacontrole. Daarna is overlegd met de ambtenaar die het terrein in z'n takenpakket heeft. Het eerste wat hij zei was: heel Diemen-Zuid staat hiermee vol, en wij gaan hier niets mee doen, ga kijken of het dood gaat: gaat het dood dan mag alles hier blijven, blijft het leven dan moet het afgevoerd en verbrand worden Na afloop van deze decemberklussen (in 2019) ben ik gaan kijken of het simpeler kan, zonder transport naar een centraal gelegen depot, dus op lokale takkenrillen. Takkenrillen liggen per definitie dichterbij, dus heb je minder vrijwilligers nodig voor het vervoer. Dat bleek ook te werken, nacontrole bleef noodzakelijk. |
| Nacontroles Depots:
Tijdens de nacontroles van depot I (in de zon) en depot II (in half schaduw) bleken 2 dingen: De onderste takken raakten door het gewicht erboven alsnog de grond, en wortelden daar. Dat gold vooral in Depot II , want de grond was er vochtiger, en er was geen goede stellage om op te storten. In depot I was er maar 1 twijg van de 3000 die was gaan wortelen. De rest ging dood, en doodgaan had een kleurverschuiving tot gevolg. Groen werd rood werd bruin werd grauw. En dat zegt iets over de rode twijgen aan levende struiken (uitsluitend in de herfst en in de zon) |
| Nacontroles Vervoerstraject
Bij nacontrole van het vervoerstraject, bleken sommige vrijwilligers het wat minder nauw te hebben genomen, dan anderen. Naar schatting 30 herwortelde stekjes op de ene route, tegen 1 stekje op de andere route (waar ik bij was die dag). Dat zegt wel iets over de noodzaak bepaalde instructies te herhalen. Het zegt ook iets over de werkwijze van het rooien. Het traject met de vele stukjes kwam van een plek waar iemand wat te enthousiast de struiken in handzame stukjes had geknipt. Hoe minder je knipt, hoe lastiger een struik is te vervoeren, maar ook hoe minder stekjes je onderweg verliest. Een kruiwagen is totaal ongeschikt voor kornoelje transport. Het enige wat werkt is de struik onder de arm te nemen en te gaan wandelen. Met de wortels naar voren gericht vanwege de gekromde takken die je onder je arm samenklemt om nergens aan te blijven haken. |
| Nacontrole Thuis
De nacontrole -thuis (van een takje): ik had een twijg met lenticellen afgeknipt, en thuis op zand op de stoep gelegd, om te kijken of de twijg zou gaan wortelen. De twijg ging inderdaad wortelen, maar ging alsnog dood toen het zand opdroogde. |
| Randvoorwaarden, Overwegingen
Of je het nu hebt over 6000 stuks of over over circa 120 haarden, het kost tijd (mensuren werk). Elke stevige haard (40-50 planten) kost 3 mensen circa 3 uur rooitijd (dat is al gauw 9 uur per haard als je het in je eentje zou doen). Er zijn ook kleinere haarden, en die kosten naar verhouding veel minder uren (haarden van 2-3 uur werk). Dat pleit ervoor om haarden vroegtijdig aan te pakken, als nog niet alles aan alles vast zit. Uit deze aantallen kun je afleiden dat je niet alle haarden kunt aanpakken. Er is trouwens ook niet genoeg geschikt gereedschap om meer dan drie mensen per keer in te zetten. Je kunt deze klus niet jaarrond doen in moerasbos. Er gelden randvoorwaarden:
Bij gebrek aan takkenril heb ik een keer een bosje Dijkviltbraam als depot gebruikt (bij wijze van test). De kornoelje ging binnen 5 maanden dood, en de braamstruik ging daardoor ook bijna dood. De braam had wel nog even een kleine natrap nodig (het verwijderen van de braamwortels met een hak). |
| Gewoon laten staan, een optie?
Ecologisch niet De soort is invasief, kan zich met 3 meter per jaar in alle richtingen vegetatief uitbreiden, maakt ook veel bessen en die kiemen goed in vochtig bos en in vochtig grasland. Daardoor wint deze soort qua concurrentie de slag met inheemse soorten. Laten staan is geen optie: je raakt waardplanten kwijt, en daarmee de onderkant van de voedselpiramide. Alles hoger in die piramide lijdt mee. Praktisch niet Een van de problemen van het laten staan, is dat Spoorzicht moerasbos is. Er valllen dus vaak en veel bomen om. Als een boom op een Canadese kornoelje valt, wordt rooien moeilijk tot onmogelijk. Daarmee samenhangend: als opschot van jonge bomen opkomt in een Canadese kornoelje haard, dan is rooien van de wortels van die haard bijna niet meer mogelijk. M.a.w. als een wortel van een Canadese kornoelje klem komt te zitten onder de wortels van een boom, of onder een zware stam, dan wordt rooien onmogelijk. |
| Nacontrole 21 juli 2026
Op 21 juli 2026 is de route globaal nagelopen, kijkend naar nieuwe vestigingen. En die waren er. Ze zijn met rode kruisjes aangegeven op dit kaartje. De aantallen zijn niet geteld, maar op geruime afstand geschat. Redenen: er was niet gemaaid, er groeide teveel zooi op die plek, of je kon er niet door komen. |
Kaart vindplaatsen+lijn de rode kruizen |
| Nieuw op 21 juli 2026
Tot de nieuwere plekken (d.w.z. ze zijn er zeker tot 2022 weg geweest) behoren de plekken vlakbij het Covid project (achter de gele lis), Junglepad-II (bij de kruising van het dichtgegroeide dwarspad), en het kleine bosje (tussen hop en uitgang zuidzijde van Junglepad-II, vroeger standplaats van inheemse vogelkers). Op de andere aangekruiste plekken staan ze al jaren, ze zijn er nooit weg geweest, maar het ontbrak aan fysieke kracht. |
Dit is bij de kruising van Junglepad-II met het dichtgegroeide pad (van stinselaantje tot zuidpad) De camera ziet amper iets, het blote oog twijfelt niet, dit blad, dat aantal nerven |
| Beheer Spoorzicht |
Tot 1 juli 2026 https://werthof.home.xs4all.nl/
Vanaf 1 juli 2026 https://werthof.mijnweb.site/ |
| Laatste stilistische wijziging: 6 juli 2026 |