Last update: 1 juli 2026
Oorspronkelijk 12 nov 2018

Foto: 12 november 2018
Beheer Canadese kornoelje (Cornus sericea)
  December 2018 bestreden we de plaagsoort Canadese kornoelje. Dat is een zogenaamde "invasieve exoot".
De soort staat niet (meer) op de Unielijst, want hij is al ingeburgerd, maar wordt wel als plaagsoort beschouwd. Dat wil zeggen dat hij kan gaan woekeren ten koste van de leefruimte van andere soorten (inheemse planten, en dus ook ten koste van dieren die van die inheemse planten moeten leven).

In Nederland komt deze soort voor in vrijwel ieder vierkante kilometerhok. De oorzaak, van het niet willen inzien dat deze soort invasief is, is het tekort schieten van de Heukels Flora op dit punt. Tot ver na het opstellen van de Unielijst, hielden Nederlandse floristen deze kornoelje soort voor een andere soort (C. alba die niet woekert in Nederland).

Dus nee, in Nederland is hij niet invasief volgens zelfbenoemde experts, maar hij staat wel overal, in ieder kilometerhok. Snap je?

Dus ook in Natuurpark Spoorzicht? In 2018 telden we 6000 planten van deze soort, in etterlijke haarden op het terrein, waar ze met 40-50 stuks in groepjes bij elkaar stonden (kenmerk van een haard).
 


"Wratjes" (lenticellen) van plaagsoort Canadese kornoelje
  Qua determinatie zit het dus niet mee in Nederland. Zelfs met een correcte sleutel (Wageningen, 1993), zul je op een hoger niveau niet geloofd worden door de zogenaamde experts. In ieder geval niet tot 2014-2015.

Dus 6000 losse exemplaren geteld? Achteraf bleek dat de meeste exemplaren wel degelijk (maar onzichtbaar ondergronds) in haarden aan elkaar vast zitten. Daar kwamen we pas bij het rooien achter. De wortels liepen onder de strooisellaag door.

De vondsten zijn aangekruist op een kaartje, en op dat kaartje hebben we een lijn getrokken: tot hier en niet verder. Alles ten westen van die lijn moet weg.
Het aantal haarden en het aantal exemplaren vergrootte de kans op succes.
 
 
Het eerste wat opviel, was de herkomst: aan de oostkant (woonwijk kant) staan de meeste exemplaren, en hoe verder je naar het westen gaat, hoe verder het aantal daalt. Zou er buiten het park een exemplaar (of een bosje) te vinden zijn, wat zich heeft "uitgezaaid" (vogelwerk) in het park?

Zo'n bosje vonden we inderdaad aan de rand van de woonwijk in de tuin en naast de tuin van een afbraakpand, in het gemeenteplantsoen. Het bosje is inmiddels gerooid, het huis afgebroken en er ligt nu 3 meter zand op die plek.

Daarmee is park Spoorzicht niet geholpen. De oorzaak is nu weg, maar de gevolgen zijn volop aan het escaleren. Tenminste 6000 exemplaren, kun je dat anders duiden?
 

  We zaten met een aantal vragen (de literatuur erover gaf onvoldoende info):
  1. Hoe bestrijdt je 'm?
    Wel rooien (met wortel en tak), vooral niet maaien.
  2. Hoe vervoer je hem?
    Zoveel mogelijk als een geheel, want dan verlies je onderweg de minste stukjes
  3. Waar en hoe sla je de gerooide struiken op?
    In een depot, liefst droog, zwevend boven de grond, neem een halfjaar de tijd, en monitor op stukken die toch nog wortelen.
  4. Is versnipperen een optie?
    We zijn ervan uit gegaan van niet, de kans lijkt te groot dat ook kleine stukjes kunnen wortelen.
  5. Wat voor gereedschap is het meest geschikt?
    Hak (houweel), schop, steekvork, in die volgorde
  6. Welke onderdelen moet je rooien?
    Alle twijgen (die rood of groen zien) plus alle wortels die je ziet.
  7. Wat kan uitlopen?
    Elk stukje met een wratje (lenticel, ademmondje). Elke wrat kan wortelen, en de wortels zelf kunnen dat ook
    Groene twijgen bevatten chlorofiel en kunnen bladloos toch suikers aanmaken. Dus als je een groene tak versnippert, dan kunnen de snippers voor zichzelf zorgen.
  8. Is transport naar een depot veilig?
    De instructie aan de vrijwilliger is dat elk stukje dat je onderweg laat vallen, kan uitlopen tot een nieuwe haard. Dus nee, transport is per definitie onveilig, en je moet de routes enkele jaren achtereen blijven nalopen. Controle is essentieel.
 

  Protocol, evaluatie, versimpelen
Aan de hand van deze vragen en antwoorden is een protocol opgesteld voor rooien, transport, opslag en nacontrole.
Daarna is overlegd met de ambtenaar die het terrein in z'n takenpakket heeft. Het eerste wat hij zei was: heel Diemen-Zuid staat hiermee vol, en wij gaan hier niets mee doen, ga kijken of het dood gaat: gaat het dood dan mag alles hier blijven, blijft het leven dan moet het afgevoerd en verbrand worden

Na afloop van deze decemberklussen (in 2019) ben ik gaan kijken of het simpeler kan, zonder transport naar een centraal gelegen depot, dus op lokale takkenrillen. Takkenrillen liggen per definitie dichterbij, dus heb je minder vrijwilligers nodig voor het vervoer.
Dat bleek ook te werken, nacontrole bleef noodzakelijk.
 

  Nacontroles Depots:
Tijdens de nacontroles van depot I (in de zon) en depot II (in half schaduw) bleken 2 dingen: De onderste takken raakten door het gewicht erboven alsnog de grond, en wortelden daar. Dat gold vooral in Depot II , want de grond was er vochtiger, en er was geen goede stellage om op te storten.
In depot I was er maar 1 twijg van de 3000 die was gaan wortelen. De rest ging dood, en doodgaan had een kleurverschuiving tot gevolg. Groen werd rood werd bruin werd grauw. En dat zegt iets over de rode twijgen aan levende struiken (uitsluitend in de herfst en in de zon)
 

  Nacontroles Vervoerstraject
Bij nacontrole van het vervoerstraject, bleken sommige vrijwilligers het wat minder nauw te hebben genomen, dan anderen. Naar schatting 30 herwortelde stekjes op de ene route, tegen 1 stekje op de andere route (waar ik bij was die dag). Dat zegt wel iets over de noodzaak bepaalde instructies te herhalen. Het zegt ook iets over de werkwijze van het rooien. Het traject met de vele stukjes kwam van een plek waar iemand wat te enthousiast de struiken in handzame stukjes had geknipt.
Hoe minder je knipt, hoe lastiger een struik is te vervoeren, maar ook hoe minder stekjes je onderweg verliest.

Een kruiwagen is totaal ongeschikt voor kornoelje transport. Het enige wat werkt is de struik onder de arm te nemen en te gaan wandelen.
Met de wortels naar voren gericht vanwege de gekromde takken die je onder je arm samenklemt om nergens aan te blijven haken.
 

  Nacontrole Thuis
De nacontrole -thuis (van een takje): ik had een twijg met lenticellen afgeknipt, en thuis op zand op de stoep gelegd, om te kijken of de twijg zou gaan wortelen. De twijg ging inderdaad wortelen, maar ging alsnog dood toen het zand opdroogde.
 

  Randvoorwaarden, Overwegingen
Of je het nu hebt over 6000 stuks of over over circa 120 haarden, het kost tijd (mensuren werk). Elke stevige haard (40-50 planten) kost 3 mensen circa 3 uur rooitijd (dat is al gauw 9 uur per haard als je het in je eentje zou doen).
Er zijn ook kleinere haarden, en die kosten naar verhouding veel minder uren (haarden van 2-3 uur werk).
Dat pleit ervoor om haarden vroegtijdig aan te pakken, als nog niet alles aan alles vast zit.

Uit deze aantallen kun je afleiden dat je niet alle haarden kunt aanpakken.
Er is trouwens ook niet genoeg geschikt gereedschap om meer dan drie mensen per keer in te zetten. Je kunt deze klus niet jaarrond doen in moerasbos. Er gelden randvoorwaarden:
  1. Je hebt brede takkenrillen nodig om de struiken op te kunnen leggen (als depot).
    Als die takkenrillen er niet zijn, dan moet je die eerst maken.
  2. De grond moet droog genoeg zijn om er niet in weg te zakken als je hard moet trekken aan een struik
  3. De paden moeten droog genoeg zijn om de struiken af te voeren naar de takkenrillen
Aanvulling op takkenril: andere invasieve exoot pesten.
Bij gebrek aan takkenril heb ik een keer een bosje Dijkviltbraam als depot gebruikt (bij wijze van test). De kornoelje ging binnen 5 maanden dood, en de braamstruik ging daardoor ook bijna dood. De braam had wel nog even een kleine natrap nodig (het verwijderen van de braamwortels met een hak).
 

  Gewoon laten staan, een optie?
Ecologisch niet
De soort is invasief, kan zich met 3 meter per jaar in alle richtingen vegetatief uitbreiden, maakt ook veel bessen en die kiemen goed in vochtig bos en in vochtig grasland. Daardoor wint deze soort qua concurrentie de slag met inheemse soorten.
Laten staan is geen optie: je raakt waardplanten kwijt, en daarmee de onderkant van de voedselpiramide. Alles hoger in die piramide lijdt mee.

Praktisch niet
Een van de problemen van het laten staan, is dat Spoorzicht moerasbos is. Er valllen dus vaak en veel bomen om. Als een boom op een Canadese kornoelje valt, wordt rooien moeilijk tot onmogelijk. Daarmee samenhangend: als opschot van jonge bomen opkomt in een Canadese kornoelje haard, dan is rooien van de wortels van die haard bijna niet meer mogelijk. M.a.w. als een wortel van een Canadese kornoelje klem komt te zitten onder de wortels van een boom, of onder een zware stam, dan wordt rooien onmogelijk.
 

  Beheer Spoorzicht   Tot     1 juli 2026 https://werthof.home.xs4all.nl/
Vanaf 1 juli 2026 https://werthof.mijnweb.site/
     
Laatste stilistische wijziging: 1 juli 2026