|
Houtverwerking: gereedschapskeuze bepaalt het afval en het effect
Deze tekst heeft in grote lijnen gestaan in Blaadje 2015 nr 4 (15-04), pp 18 t/m 20, en is een beetje aangepast. Aan de tekst wordt nog gewerkt. Deze pagina heeft een eigen submenu: Klik hier om het menu in de zijlijn te laden. |
| Houtverwerking
Oorzaak - Gevolg. Er hangt een tak van een boom voor je raam. Die tak zaag je af. Het gevolg is dat je vrij uitzicht hebt, en dat er een tak op de grond ligt, die je meegeeft aan de vuilnisman. In natuurbeheer ligt dat iets anders. Er is geen vuilnisman. De overeenkomst: Stel die tak blokkeert een wandelpad, daarom moet hij weg. Je zaagt hem af, en het gevolg is dat het pad weer begaanbaar is, en dat er dan een tak op de grond ligt. Ander gereedschap heeft een ander effect op de boom zelf, op het aantal takken wat je gelijk ook maar even mee snoeit, en op de hoeveelheid afval die je daarmee veroorzaakt (de biomassa die massaal vrij komt). Het grote verschil zit in dat geval in dat afval: wat te doen met die tak (of biomassa)? Wat doe je met het afval? |
Elke oplossing om van het afval af te komen, heeft eigen effecten:
|
|
Het verband handeling-effect-bijeffect is een onomkeerbaar verband, is een statistisch verband, is een ervaringsfeit, en is wetenschappelijk onderzocht. Dat verband berust niet op autoriteitsargumentatie (drogreden: professor X heeft dit gezegd, dus moet het wel zo zijn), maar op praktijkervaring, vanuit het beheer. Wetenschap toetst vaak waarschijnlijkheden die ervaringsfeiten heten te zijn. Zozeer zelfs dat je vaak denkt, waarom had dat nou nog onderzocht moeten worden? Het antwoord op die vraag is natuurlijk: vanwege het geld. Als je iets goedkoper kunt doen, door bepaalde handelingen achterwege te laten, dan kies je voor goedkoper. Als er wel bezwaren zijn, dan maak je een afweging wat die ongewenste effecten je waard zijn. |
| Onzichtbare gevolgen
Elk van die hout-handelingen heeft eigen zichtbare effecten, onzichtbare bijef- fecten, voordelen en nadelen. De gemeente hanteert kwaliteitsbladen. Die bladen of kaarten gaan uit van de middelen om iets te verwijderen (b.v. zaag, vingerbalk, motorzeis) en het visuele resultaat (de kwaliteit) van het effect van de handeling na verwijdering van het daarmee veroorzaakte afvalproduct (b.v. hout, hooi). Die bladen gaan niet in op wat er aan flora/fauna overlijdt direct of indirect ten gevolge van de ingreep. Mensen zijn zich de gevolgen vaak niet bewust. |
| Snippers sproeien of op hopen
Sproeien van snippers leidt vaak tot definitief verlies van een veelsoortige fauna (bijen, wespen, mieren, loopkevers), en tot verlies van mycorrhiza soorten (met bomen samenlevende paddenstoelsoorten die de boom beschermen tegen be- smettingen, en dus leiden tot gezondere bomen). Hoe erg is dat nou helemaal? En wat voor moois krijg je daarvoor terug? De keus hangt af van gebiedstype, inventarisaties, de aan- of afwezigheid van kwetsbare soorten in dat gebied, en de kans op herintroductie van die kwetsbare soorten. En de keus hangt af van de beschikbare gelden. Een sobere keus leidt soms tot duurzame verarming van de biodiversiteit. |
|
In Vuistregels staan twee vuistregels:
1. Zand in de Zon, Snippers in de Schaduw. 2. Zand onder es en iep, Snippers onder els en wilg. Snippers verrijken (vermesten) de grond. De strijd tegen stikstof depositie is een strijd tegen braam, brandnetel en erger. En dus ook een strijd tegen houtsnippers. Houtsnippers moet je vermijden. Hoe handig een snipperpad ook lijkt. Niet doen! Je verknalt de natuur door overbemesting! |
|
Als je een snipperpad aanlegt, dan verwijder je eerst alle onkruidwortels uit het padbed. Dat moet echt. Want het scheelt maaikosten, jaren lang. Als je de wortels niet weg haalt, en over platgereden (zogenaamd dood) onkruid snippers stort, dan krijg je een onkruid explosie. Met name invasieve exoten en inheemse plaagsoorten, vinden niets zo lekker als een vochtig milieu met extra veel stikstof, en veel organisch materiaal. De tip om zo Veelbloemige roos aan de praat te krijgen vond ik op de site van een rozenkweker. Zon, vocht (regen) en organisch materiaal samen leiden tot een groeispurt (en een rijke bloemdracht in het volgende bloeiseizoen). Zo'n groeispurt is er ook bij brandnetel, haagwinde, klimop, dijkviltbraam, reuzenberenklauw, canadese kornoelje en riet. |
|
Je moet de wortels weg halen voordat je snippers stort. Dat is de les die (een ervaringsfeit dat) ik heb geleerd van het aanleggen van snipperpaden in Natuurpark Spoorzicht. Zo niet dan kun je niet goed meer bij de wortels komen., en loopt het binnen een jaar (meestal binnen het groeiseizoen) volledig uit de kluif. En dan zul je meer en vaker moeten maaien per jaar, en dat jarenlang volhouden. |
Plaagsoorten zijn goed bestand tegen maaien. Ze overleven altijd, zelfs als je meerdere malen per jaar maait. En sterker nog: 2-jarige planten zoals Reuzenberenklauw worden vaak 3-jarig als je ze maait. Maaien is niet de oplossing om van plaagsoorten (invasieve soorten) af te komen. Je moet de wortels te grazen nemen. En liefst ook het zaad (de bloei voorkomen). Invasieve soorten (plaagsoorten) maken veel zaad aan dat langdurig (b.v. 14 jaar) kiemkrachtig blijft. |
| Andere ervaringsfeiten
Er zijn ook andere nuttige vuistregels, van en voor beheerders maar die hebben schijnbaar minder (in feite juist heel veel) te maken met houtverwerking (bijna alle plaagsoorten moet je laten versterven op een takkenril of houtril, want je moet grondcontact vermijden):
|
| Relatie houtverwerking - plaagsoort
De relatie tussen houtverwerking en plaagsoort bestrijding is veel directer dan mensen zich vaak beseffen:
|
| Beheer Spoorzicht |
Tot 1 juli 2026 https://werthof.home.xs4all.nl/
Vanaf 1 juli 2026 https://werthof.mijnweb.site/ |
| Laatste stilistische wijziging: 28 juli 2026 |