Laatste update: 29.07.2026.

  Houtverwerking: gereedschapskeuze bepaalt het afval en het effect
Deze tekst heeft in grote lijnen gestaan in Blaadje 2015 nr 4 (15-04), pp 18 t/m 20, en is een beetje aangepast. Aan de tekst wordt nog gewerkt.

Deze pagina heeft een eigen submenu:
Klik hier om het menu in de zijlijn te laden.
 

  Houtverwerking
Oorzaak - Gevolg. Er hangt een tak van een boom voor je raam. Die tak zaag je af. Het gevolg is dat je vrij uitzicht hebt, en dat er een tak op de grond ligt, die je meegeeft aan de vuilnisman.

In natuurbeheer ligt dat iets anders. Er is geen vuilnisman.
De overeenkomst: Stel die tak blokkeert een wandelpad, daarom moet hij weg. Je zaagt hem af, en het gevolg is dat het pad weer begaanbaar is, en dat er dan een tak op de grond ligt.
Ander gereedschap heeft een ander effect op de boom zelf, op het aantal takken wat je gelijk ook maar even mee snoeit, en op de hoeveelheid afval die je daarmee veroorzaakt (de biomassa die massaal vrij komt).

Het grote verschil zit in dat geval in dat afval: wat te doen met die tak (of biomassa)? Wat doe je met het afval?
 

  Elke oplossing om van het afval af te komen, heeft eigen effecten:
  • laten liggen
    Effect: loopkevers, bijen, wormen, pissebedden, muizen vestigen zich in en/of onder de tak; houtzwammen gaan op de tak groeien (met name korstzwammen, hertenzwammen, buisjeszwammen, geweizwammen).
  • versnipperen (verhakselen)
    Effect: hangt af van wat je ermee doet:
    • Op een hoop:
      Er gaan muizen, padden en wespen in wonen, ringslangen zetten er soms eieren in af.
      Er komen het eerste jaar hazepootje (inktzwam), Geaderde leemhoed, of oranjerode stropharia op de hoop te staan
      Je kunt het ook als materiaal gebruiken om paden op te hogen.
       
    • Verspreiden (sproeien):
      Grondbijen, loopkevers, mieren en mycorrhiza paddenstoelen gaan dood.
      Hazepootje (inktzwam), Geaderde leemhoed, of oranjerode stropharia zie je het eerste jaar, daarna zwavelkopje, geweizwam.
      Na elke jaren zie je soms donsvoetjes, en op termijn (na 6 jaar) komen gekraagde aardsterren op de besnipperde grond.
      Als je pech hebt vestigt zich klimop, brandnetel en braam.
      Je kunt de snippers niet gebruiken als materiaal om paden op te hogen.
       
  • in takkenril verwerken
    Effect: je maakt schuilplaatsen voor padden, salamanders, muizen, insecten en nestlegelegenheid vogels (zoals winterkoninkje); op termijn bosmantelvorming.
  • afvoeren
    Effect: verschraling, meer in plaats van minder licht op de grond, ruimte voor bloeiende planten, je ontneemt hout-bewonende insecten een kans op vestiging. Je kunt ook met andere middelen die tak verwijderen.
  • Afbreken (tot 4 cm dik)
    Effect: je verwondt de boom, waardoor een wond ontstaat waarin zwammen, insecten, kleine zoogdieren en kleine vogels zich kunnen nestelen.
  • Takkenschaar (tot 4 cm dik)
    Effect: je beschadigt de boom nauwelijk (als de schaar niet met een schimmel is besmet, overleeft de boom makkelijker dan bij afbreken door de rechte snede) Kans op paddenstoelen is klein, kans op insecten, e.d. is klein.
  • Beugelzaagje (tot 7 cm dik)
    Effect: beugelzaagbladen zijn vaak besmet, vooral loodglans (paarse korstzwam) wordt vaak over gebracht door zagen. Hoewel de wond klein lijkt, is die op langere termijn vaak dodelijk.
  • Motorzaag (alle diktes)
    Effect: het gaat heel snel, en omdat het enige tijd duurt voor de motor het doet, zul je eerder geneigd zijn om meteen nog wat meer zaagwerk te verrichten dan alleen op die ene tak.
    Andersom, je pakt pas een motorzaag als de tak erg dik is, of het hout zwaar of hard, en dan plan je meestal meerdere ingrepen tegelijkertijd.

    Dat betekent dat je met een motorzaag meer afval maakt. En daarvoor je iets moet verzinnen. Door de omvang zul je vaak kiezen voor een takkenril, want dat is het goedkoopste en het snelste. Nog vaker zul je kiezen voor een takkenhoop in plaats van een gestoken ril. Nog minder werk, maar rommeliger, minder stabiel, minder duurzaam, en met minder bescherming voor de fauna.

    Toevoeging aan oorspronkelijke tekst:
    Bij klussen (met nog zwaarder gereedschap) wordt alles versnipperd omdat het goedkoper is om de takken niet eerst van de boom af te zagen. Je zaagt elke boom in 1 keer om.
    Met een versnipperaar waarin de hele boom past ga je voor de goedkoopste en de snelste oplossing. Die machine produceert in de kortste tijd de meeste (eenvormige) biomassa die denkbaar is: snippers.
    In dat geval moet je weten waar je die biomassa laat (geen takkenril, geen houtril): waar laat je zoveel snippers?
    Niet (op het pad of in de padberm) in de zon, en niet onder es of iep, zie vuistregels. En dat betekent dus ook dat je ze niet kunt storten waar de versnipperaars de snippers produceert, want dat is per definitie juist wel onder es en iep.
 

 
Het verband handeling-effect-bijeffect is een onomkeerbaar verband, is een statistisch verband, is een ervaringsfeit, en is wetenschappelijk onderzocht. Dat verband berust niet op autoriteitsargumentatie (drogreden: professor X heeft dit gezegd, dus moet het wel zo zijn), maar op praktijkervaring, vanuit het beheer.

Wetenschap toetst vaak waarschijnlijkheden die ervaringsfeiten heten te zijn. Zozeer zelfs dat je vaak denkt, waarom had dat nou nog onderzocht moeten worden? Het antwoord op die vraag is natuurlijk: vanwege het geld.

Als je iets goedkoper kunt doen, door bepaalde handelingen achterwege te laten, dan kies je voor goedkoper. Als er wel bezwaren zijn, dan maak je een afweging wat die ongewenste effecten je waard zijn.
 

  Onzichtbare gevolgen
Elk van die hout-handelingen heeft eigen zichtbare effecten, onzichtbare bijef- fecten, voordelen en nadelen.

De gemeente hanteert kwaliteitsbladen. Die bladen of kaarten gaan uit van de middelen om iets te verwijderen (b.v. zaag, vingerbalk, motorzeis) en het visuele resultaat (de kwaliteit) van het effect van de handeling na verwijdering van het daarmee veroorzaakte afvalproduct (b.v. hout, hooi).

Die bladen gaan niet in op wat er aan flora/fauna overlijdt direct of indirect ten gevolge van de ingreep. Mensen zijn zich de gevolgen vaak niet bewust.
 

  Snippers sproeien of op hopen
Sproeien van snippers leidt vaak tot definitief verlies van een veelsoortige fauna (bijen, wespen, mieren, loopkevers), en tot verlies van mycorrhiza soorten (met bomen samenlevende paddenstoelsoorten die de boom beschermen tegen be- smettingen, en dus leiden tot gezondere bomen).

Hoe erg is dat nou helemaal?
En wat voor moois krijg je daarvoor terug?

De keus hangt af van gebiedstype, inventarisaties, de aan- of afwezigheid van kwetsbare soorten in dat gebied, en de kans op herintroductie van die kwetsbare soorten.
En de keus hangt af van de beschikbare gelden. Een sobere keus leidt soms tot duurzame verarming van de biodiversiteit.
 

Hier komt een stuk tekst bij dat niet in Blaadje 2015-04 stond:  

  In Vuistregels staan twee vuistregels:
1. Zand in de Zon, Snippers in de Schaduw.
2. Zand onder es en iep, Snippers onder els en wilg.

Snippers verrijken (vermesten) de grond.
De strijd tegen stikstof depositie is een strijd tegen braam, brandnetel en erger. En dus ook een strijd tegen houtsnippers. Houtsnippers moet je vermijden.
Hoe handig een snipperpad ook lijkt. Niet doen! Je verknalt de natuur door overbemesting!
 

 
Als je een snipperpad aanlegt, dan verwijder je eerst alle onkruidwortels uit het padbed. Dat moet echt. Want het scheelt maaikosten, jaren lang.

Als je de wortels niet weg haalt, en over platgereden (zogenaamd dood) onkruid snippers stort, dan krijg je een onkruid explosie.
Met name invasieve exoten en inheemse plaagsoorten, vinden niets zo lekker als een vochtig milieu met extra veel stikstof, en veel organisch materiaal. De tip om zo Veelbloemige roos aan de praat te krijgen vond ik op de site van een rozenkweker.

Zon, vocht (regen) en organisch materiaal samen leiden tot een groeispurt (en een rijke bloemdracht in het volgende bloeiseizoen). Zo'n groeispurt is er ook bij brandnetel, haagwinde, klimop, dijkviltbraam, reuzenberenklauw, canadese kornoelje en riet.
 

 
Je moet de wortels weg halen voordat je snippers stort. Dat is de les die (een ervaringsfeit dat) ik heb geleerd van het aanleggen van snipperpaden in Natuurpark Spoorzicht. Zo niet dan kun je niet goed meer bij de wortels komen., en loopt het binnen een jaar (meestal binnen het groeiseizoen) volledig uit de kluif. En dan zul je meer en vaker moeten maaien per jaar, en dat jarenlang volhouden.
 

 
Plaagsoorten zijn goed bestand tegen maaien. Ze overleven altijd, zelfs als je meerdere malen per jaar maait. En sterker nog: 2-jarige planten zoals Reuzenberenklauw worden vaak 3-jarig als je ze maait.
Maaien is niet de oplossing om van plaagsoorten (invasieve soorten) af te komen. Je moet de wortels te grazen nemen.
En liefst ook het zaad (de bloei voorkomen). Invasieve soorten (plaagsoorten) maken veel zaad aan dat langdurig (b.v. 14 jaar) kiemkrachtig blijft.
 

  Andere ervaringsfeiten
Er zijn ook andere nuttige vuistregels, van en voor beheerders maar die hebben schijnbaar minder (in feite juist heel veel) te maken met houtverwerking
(bijna alle plaagsoorten moet je laten versterven op een takkenril of houtril, want je moet grondcontact vermijden):
  • Distels trekken is distels stekken (omdat de wortel breekt, en dan weer uitloopt)
  • Smeerwortels trekken is Smeerwortels stekken (omdat de wortel breekt, en dan weer uitloopt)
  • Haagwinde trekken is Haagwinde stekken (omdat de wortel breekt, en dan weer uitloopt)
  • Riet maai je voor de langste dag (formeel 21 juni, sint Jan) om bloei te voorkomen.
  • Veelbloemige roos maai je in november of december om de bloei (en dus zaad) in het jaar erop te voorkomen.
  • Dijkviltbraam maai je in november of december om de bloei (en dus zaad) in het jaar erop te voorkomen.
  • Klimop (wortels) trek je uit in oktober (want dan breekt de wortel niet af, en komt er in z'n geheel uit). En dat scheelt je vele vierkante meters horizontale bodembedekking per jaar. Je voorkomt daarmee de afname van waardplanten door standplaatsconcurrentie, en dus de afname van de insecten aan de basis van de voedselpiramide. Klimop laten gaan, betekent einde van het levende voer voor jonge zangvogels. (Elke soort die je bevoorrecht, heeft nadelen voor andere soorten).
  • Canadese kornoelje wortels trek je uit in de herfst; de grond is dan nog droog, en daardoor beschadig je andere soorten minder.
    Er is een nadeel van alles moeten uittrekken: je beschadigt het (onzichtbare) mycelium, en daarom kun je niet alles in 1 jaar uittrekken (je moet handelingen spreiden oftewel plannen over meerdere jaren heen)
Het leven wordt een stuk simpeler als je zulke regeltjes kent, en in acht neemt.
 

  Relatie houtverwerking - plaagsoort
De relatie tussen houtverwerking en plaagsoort bestrijding is veel directer dan mensen zich vaak beseffen:
  • Als je snippers stort, dan bevorder je plaagsoorten.
  • Als je meer licht in een terrein brengt, dan bevorder je plaagsoorten.
  • Als je plaagsoort wortels laat zitten, en de soort afmaait, dan maai je daarmee ook hun standplaatsconcurrenten weg. En dus doen ze het daarna extra goed.
  • Als je plaagsoort wortels laat zitten, en met snippers bedekt, dan geef je ze extra te eten. En dus doen ze het daarna extra goed.
  • Enkele plaagsoorten kunnen zich zowel vegetatief vermeerderen als met zaad; die soorten moet je met wortel en tak verwijderen en dan drogen zonder grondcontact (tot de dood erop volgt)
  • Als je plaagsoorten bestrijdt, dan heb je takkenrillen en/of houtrillen nodig.
 

  Beheer Spoorzicht   Tot     1 juli 2026 https://werthof.home.xs4all.nl/
Vanaf 1 juli 2026 https://werthof.mijnweb.site/
     
Laatste stilistische wijziging: 28 juli 2026