Excursies SpoorzichtHet Diemer Platform Spoorzicht Groen organiseert natuurexcursies in park Spoorzicht. Er zijn excursies geweest voor zowel publiek als voor selecte gezelschappen. Enkele ervan staan hieronder vermeld. |
|
Excursie lenteverschijnselen (29 april 2001)Spoorzicht in april. Dat betekent fluitekruid, speenkruid, paddestoelen en veel vroege vogels.Eindelijk lente, laat voor de tijd van het jaar, en het terrein is nog heel erg nat. Bewust is de aankondiging niet naar de krant gestuurd, want als het land zo nat is, zou je het maar vertrappen met een grote groep mensen. Toch is er een rondje gemaakt met wat enthousiaste natuurliefhebbers langs de droogste plekken van het park: het zonovergoten essen-iepen paradijs in de luwte van de ringspoordijk. Madeliefjes, Hondsdraf Speenkruid, Fluitekruid en Draadereprijs staan in bloei, het Klimopbladig ereprijs nog niet. Knoppen van iep en haagbeuk lopen net uit. Het verschil er tussen kun je herkennen aan de vorm en de lengte van de schutblaadjes. Citroenvlinders zoeken in golvende vlucht het terrein af naar geschikte partners en waardplanten, maar wegedoorn en sporkehout zijn hier niet te vinden. Dagpauwogen zijn beter af, de brandnetels doen het goed dit jaar. Overal waar de tractorbanden van de iepenziekte bestrijdingsdienst de grond vorig jaar heeft opengescheurd, groeien nu jonge brandnetels. Een tweestippelig (rood op zwart) lieveheersbeestje zit te zonnen op de stam van een dikke es. En in het mos op de grond kruipen elzehaantjes rond. Het omdraaien van een afgevallen tak levert twee vondsten op: een bosslak en een abrikozenbuisjes zwam. In de zon bij de sloot barst het van de slijkvliegen (bruine gaasvliegen). Ze zijn viervleugelig. Maar dat lijkt bij het vliegen geen voordeel. Ze stuntelen wat af in de vlucht. In rust vouwen ze een zwarte vleugeltjes op en daarover heen hun gazen vleugeltjes tot een soort sheltertje. Als de zon daardoor heen schijnt, zie je dat ze echt bruine gazen vleugeltjes hebben. Ze zitten graag op allerlei uitkijkposten, zoals kale stammetjes, takjes en mensenvingers. Ze hebben prachtig lange voelsprieten. Ze leggen hun eieren op rietstengels en op boomtakken boven het water. De larven die uit de eieren komen, leven vooral van bladluis. |
|
Paddestoelen in de lente zijn heel normaal in vochtig gebied. Natuurlijk staan er ook oude vruchtlichamen uit het najaar zoals verdroogd Echt judasoor, Gesteelde lakzwam, Roodporiehoutzwam, Witte bultzwam, Berkezwam en verdroogde Gekraagde aardsterren.
Maar er zijn ook nieuwe vruchtlichamen te vinden zoals Boompuist, Gewone boomwrat ('blote billetjes' zwam), Kapjesmorielje, Wasgele bekerzwam (sporulerend), Voorjaarspronkridder, Glimmerinktzwam, Zwerminktzwam en Zadelzwam. Enkele dagen later, net in mei, staan er weer de eerste wimperzwammetjes op de oude vindplaatsen en op nieuwe, en wordt het eerste bont zandoogje aangetroffen in het vlinderlaantje, rustend op brandnetel. Het eerste Kleine vuurvlindertje vliegt rond boven de veldzuring van het vuurwerkveld. Met nog een paar zonnige dagen droogt het land nu snel op. |