Laatste update: 21 juni 2026
Natuur in en om Diemen (2025)
Protocol lering
Tegenwoordig worden ambtenaren geacht eens in de vijf jaar te rouleren, te veranderen van taakstelling.
Dat veroorzaakt vakkennisgebrek gedurende de inwerktijd, en die moet gecompenseerd worden door goede protocollen en kwaliteitskaarten die het jobhoppen mogelijk maken. Een protocol kun je dan het beste vergelijken met een draaiboek of een script waarin staat hoe te handelen in bepaalde situaties.

Deugen die protocollen eigenlijk wel?

Wat door niet-ambtenaren ervaren wordt als menselijke fouten of beleidsfouten, zouden weleens protocolfouten kunnen zijn.
Protocolfouten zijn uitvoerders niet te verwijten, maar de ambtelijke organisatie wel degelijk.

Protocol gevolgen

Manco's in een protocol komen aan het licht bij elke personeelswiseling. In en pal na Covid-tijd zijn er veel wijzigingen geweest in de bemensing van taken. Heel wat meer dan je door jobhopping alleen kunt verwachten.
Bij elke nieuwe aanstelling verdwenen er afspraken onder tafel. Afspraken tussen de Werkgroep Spoorzicht en het ambtenaren apparaat.
Over wat te doen met zieke iepen, wat te doen met houtsnippers, hoe lang en hoe dik afgezaagde iepenstammen mogen zijn, enz., enz., enz.

In het begin denk je nog, ongelukje, vergissing, of niet goed ingewerkt. Maar na verloop van tijd vallen overeenkomsten op, de herhaling, het patroon.

Wat met de afspraken met de Werkgroep Spoorzicht gebeurt, kan gebeuren met alle actieve groengroepen in het dorp.

Als je aanneemt dat alle afspraken met groepen (burgers) of alle afspraken met betrekking tot bepaalde vormen van vrijwilligersbeheer, niet thuis horen in een protocol omdat ze per definitie adhoc zijn (en een protocol juist niet), dan staat een protocol geramd voor het piepelen van burgers door de overheid.

Lering: maak een bak aan (online of offline) met info over groengroepen en hoe die te bereiken zijn. Die bak bestond al, en die heette DiemerInfo, Bij instelling van elke nieuwe gemeenteraad werd zo'n gids uitgegeven.

Voorlichting

Neem het iepenprotocol: als daarin niet is opgenomen dat PR noodzakelijk is,
dus dat contact moet worden opgenomen met de afdeling voorlichting voor afstemming en berichtgeving, dan gebeurt dat niet, en dat is de uitbesteder dan niet te verwijten.

Maar de samenleving pikt dat niet, de politiek reageert misschien boos, en voor je het weet komt het in de krant, en escalatie kan dan snel gaan. Dat moet je niet willen.

In het geval van Spoorzicht ging het fout toen voorlichting huis-aan-huis een brief bezorgde met als inhoud dat de werkzaamheden aan het park in september begonnen. Het was juni.
Enkele dagen later begonnen Meyer en Meyer aan de bomen in het park, ongeloof alom sloeg om in argwaan, en ergernis.
Stom, stom, stom. Gebrekkige coordinatie van ambtelijke planningen. Hoe krijg je het voor elkaar?

Het duurde een week voordat er borden hingen bij de ingangen; er was dus wel aan gedacht, maar te laat. Meyer en Meyer waren klaar voordat te lezen viel wat ze kwamen doen, hoe, en waarom.
Shit happens.

Lering: afstemmen, altijd onderling afstemmen voordat je iets gaat doen, of het nou klein is (7 bomen) of groot (100+ bomen), dat maakt niet uit. De dienst voorlichting hoort de eindcontrole te hebben over alles wat er speelt, en naar buiten gaat.

Vooroverleg

Als er in het iepenprotocol niet is opgenomen om contact te leggen met bekende groengroepen die actief zijn in dat gebied,
dan verzuimt men contact op te nemen met dergelijke groepen, en is er dus ook geen vooroverleg en tijdige bijsturing mogelijk. Gemaakte afspraken blijken ineens niet meer geldig. Beschermde stukjes biotoop worden achteloos vernietigd, waarschuwingslinten worden niet aangebracht. Men weet het zelfs niet. Er wordt gewerkt met een mentaliteit van "wij weten beter wat goed is voor de natuur want het is ons vak", en dat blijkt helaas iedere keer opnieuw onjuist.

Groepen worden overvallen door onaangekondigde werkzaamheden, en ervaren die als uitwas van overheidsterrorisme. Dat moet je willen voorkomen, en je kunt het gemakkelijk voorkomen.

Een van de parkbezoekers vond dat wij gepiepeld werden met het haast-argument door het groenbeheer.
Niets kan zo'n haast hebben dat tijd voor overleg en voorlichting ontbreekt. Een boom kappen kost zeg 200 euro. Stel het gaat ineens om 100 bomen in plaats van 10, dan is het begrotingsplaatje totaal anders, en moet toestemming komen van hogerhand vanwege de kostenoverschrijding. En dus is er wel degelijk tijd voor voorlichting en overleg. Het is de wil die ontbreekt, niet de tijd.

Ik denk dan: het is niet de wil die ontbreekt, maar het ontbreken van het besef dat voorlichting en overleg onontbeerlijk zijn. En dat wijst op een manco in een protocol.

Na overleg met de betrokken ambtenaar bleek dat onze adresgegevens ontbraken. Het was hem onmogelijk gemaakt contact op te nemen met de werkgroep.

Dat excuus klinkt zwak want de wethouder, Spoorzicht projectleider, projectleider Oosterringdijk, Duo Plus, DaaromDiemen, weten ons wel te vinden, alleen hij niet.
Wat klopt, is dat door enorm personeelsverloop in het ambtenaren apparaat, mensen met de handen in het haar zitten. Wie moet je waarvoor aanspreken? Er is iets zoek geraakt in het onderling verband binnen het gemeentelijk apparaat, en dat is een zorgelijke ontwikkeling. Hopelijk is dat alleen tijdelijk eventjes zo.

Lering: werk aan onderling verband, houdt de who-is-who bij, doe intern iets meer met de DiemerInfo. En omgekeerd, tip groengroepen indien zij niet zijn opgenomen.

Beheer protocol - Padhoogte

Als niet is opgenomen wat padherstel inhoudt, dan is padherstel door aannemers een wassen neus.

Padhoogte ligt in moerasbos uiterst kritisch. Als je denkt een pad te kunnen verbreden door afvlakking dan kijk je naar de huidige droge omstandigheden, niet naar het winterpeil van half december tot mei.
Hoe zou je moeten weten dat er ook een natte tijd bestaat, zo algemeen is moerasbos niet in Nederland.

Het gaat mijn kennispeil in elk geval al te boven. Ik maak elke winter foto's, en zo stel ik het peilniveau vast. Hoe anderen dat doen, weet ik niet.

Het niveau is niet overal gelijk, want het oppervlak is niet meer vlak.
Het terrein voelt als een scheefstaand soepbord, met hoge randen en een diepte daarbinnen. De hoogste kant van het soepbord is de noordkant, de laagste de zuidkant. Letterlijk.

Er bestaat geen algemeen geldende richtlijn in de trant van "alle paden moeten 20 cm uitsteken boven het maaiveld." Er is wel een minimum (8 cm) en een maximum (de maximale stamdikte die je nog kunt tillen, in praktijk 35-40 cm).

Een van de meest irritante wijze van pad herstel is het met de bak vlak strijken van een pad. Dat is ons een keer eerder overkomen met het pad tussen ingang I en de zuidkant van het terrein. We hadden dat pad net dat najaar opgehoogd tot een dijkje van 60 cm breedte en 15 cm extra hoogte, met stammen aan weerszijden. Kwam er die winter zo'n aannemer die het pad "herstelde", en konden we weer helemaal opnieuw beginnen. Want wandelaars gingen op dat pad, in de regentijd, weer de diepte in.

Ditmaal is het pad overal op dezelfde wijze "hersteld", maar zijn ook alle balkjes langs de paden vermalen, zodat dijkpadherstel ook niet meer kan.

Waarom zou je een pad ook in het natste seizoen boven water willen laten uitsteken? Vooral laarzendragers vragen zich dat af, en zeggen dat het voor hen niet hoeft, zij dragen immers laarzen?
Maar juist vanwege de laarsdrager moet een pad boven water blijven, en dat beseffen zij niet.

De oorzaak is helder: als een pad kopje onder gaat, of alleen maar heel erg doordrenkt raakt, dan breekt de oppervlakte spanning van dat pad. Door lopen (met laarzen aan) betekent dat je er steeds dieper in weg zakt. En dat elk volgende wandelaar ernaast moet gaan lopen om overeind te blijven.
Zo ontstaan zeer brede paden in de wintermaanden, tot ver in de berm, vaak tot aan de bomen rijen zelf.
Planten (annuellen) worden zodanig vertrapt dat ze niet meer uitgroeien.
En er ontstaan spontaan nieuwe paden op de boomwortels. Want laarsdragers lopen door, ook als het eigenlijk niet kan.

Een op die manier beschadigd pad repareren kost veel meer materiaal (zand/snippers), werk, tijd, personeel (en dus geld). Maar kost ook biodiversiteit. Geen bermflora betekent minder insecten, dus minder amfibieen, reptielen en dus ook minder zangvogeltjes.
Zolang een pad boven water blijft uitsteken, blijft het pad (en de berm) heel, en blijft onderhoud beperkt tot hier en daar gaatjes vullen. Van hondengraafjes, en mollenritten, bijvoorbeeld.

Lering: kom eens langs begin april als het nog hoog water is, niet op laarzen maar op autoschoenen, en ervaar het zelf.

Snipperbeleid

Als niet is opgenomen dat je snippers uitsluitend op paden (in de schaduw) werpt, niet verspreidt over de ondergroei naast die paden, niet op zonnige plaatsen stort, en niet in een stinsenmileu, dan stort men snippers overal en nergens.
En dat valt dan achteraf niemand te verwijten. maar je levert er veel biodiversiteit mee in. Je raakt onnodig veel variatie kwijt, met name door verzuring en vermesting.

Wat zon doet met snippers mag bij groenbeheerders bekend verondersteld worden: versnelde vertering, wildgroei van exoten aan de randen,
en onbeloopbare bagger in het voorjaar met als direct gevolg
olifantenpaadjes (van kluit tot kluit, maximaal breed, overal betreden, in het voorjaar afstervende winterannuellen), en/of
nieuwe padvorming (kriskras, tot nergens meer wat groeit).

Lering: kijk eens om je heen waar snippers liggen, en kom dan terug in of net na de natte tijd om te zien wat er gebeurt.

Berenklauw

Neem het reuzenberenklauwen protocol1, reuzenberenklauwen protocol2, reuzenberenklauwen protocol3, bestaat er zoiets in Diemen, want als ik om me heen kijk, dan bestaat het nog steeds niet.
Het gaat ook nergens goed noch de goede kant op.

Een paar jaar geleden zag ik een Pantar-ploeg actief op de Oosterringdijk, met schoffels, handschoenen, laarzen in een oranje overall (maar zonder veiligheidsbril) berenklauwen afschoffelen.
Op zo'n moment kijk ik met kennis (in het achterhoofd) naar de werkwijze van zo'n ploeg. Klopt het protocol, en zo ja, welk protocol volgen ze op dat moment?

Waar staat de container water voor calamiteiten, om het sap mee af te spoelen? Bij schoffelen in groepen, is zo'n container aanbevolen.
Vermoedelijk zaten de Pantarezen in een leertraject, en waren ze er nog niet helemaal van overtuigd dat het veiliger kon en moest.
Maar de groepsbegeleider zou toch beter moeten weten.

Lering: er staan links naar stukken op deze site; je kunt die bestanden downloaden. Er staat in hoe je Berenklauwen kunt bestrijden, welke protocollen er zijn, en hoelang daar al mee wordt gewerkt. Een tip: als je een aannemer inhuurt, leg prestatieafspraken vast.

Braamprotocol

Diemen heeft meerdere soorten bramen (in ieder geval gehad), Spoorzicht heeft er nog steeds minimaal 2 (dauwbraam, dijkviltbraam), maar had er veel meer.
De lekkerste braam om jam van te maken, is de Dijkviltbraam (een invasieve exoot).

Die braam doet het goed zowel in het binnengebied als in het groengebied rondom de gemeente. Met name in spoor- en snelwegberm doet hij het fantastisch, maar daar wordt hij minder geoogst vanwege milieuvervuiling.

Dijkviltbraam bestrijd je het beste door de wortels te verwijderen (niet alleen de wortelstok maar ook de zwarte draadwortels).

Braamwortels kun je alleen eruit trekken als je de struiken eerst af maait, en het maaisel weg haalt.
Als je de wortels niet weg haalt, heeft maaien (of klepelen) geen andere zin dan voorkomen dat hij bloeit en zaad maakt. Hoe ouder de wortel hoe sneller de braam een maaibeurt overleeft, en hoe eerder hij groter en sterker wordt.
Als een struik verhout, dan is alleen een mesblad nog in staat erdoor heen te komen. Verkeerd beheer leidt tot escalatie van het benodigde gereedschap, tot uiteindelijk alleen de tractor overblijft. En dat leidt in moerasbos tot inklinking van de bodem.
Op ingeklonken bodem kun je wortelstokken niet meer verwijderen. En dus blijft de braam waar hij is, en breidt zich steeds verder uit.

Er bestaat geen braamprotocol in Diemen, bij mijn weten.

Lering: bramen kun je mollen, maar niet uitsluitend door ze te maaien. Met maaien alleen bereik je een averechts effect. Op deze site staat hoe het wel kan, mits en maar.

vegetatieherstel protocol

Dit protocol hoort zowel bij braambestrijding als bij dunning van een houtopstand.

Er bestaan leefgemeenschappen met kort-kiemkrachtig zaad (zoals de witbol-gemeenschap).

Op het moment dat je dijkviltbraam (of canadese kornoelje) terug zet, herstelt de oorspronkelijke vegetatie zich niet. En als je dikke houtopstanden dunt door velling, dan keert zo'n plantengemeenschap ook niet uit zichzelf terug.

Je bereikt met zulke velling juist wel wat je niet wilt: een woekering van invasieve exoten (zoals dijkviltbraam, canadese kornoelje, reuzenberenklauw en veelbloemige roos). En dat betekent dat, zelfs als er een protocol voor is, bepaalde zaken niet mogen.

Laat nooit aangetast hout liggen onder gezonde bomen, laat nooit stam of kroonhout in de bosrand achter, verspreidt er geen houtsnippers, en rijdt niet met zwaar materieel over de ondiepe wortels van es en iep (m.a.w. rijdt niet onder de kruin van een boom).

Deze maatregelen zijn bedoeld om eenvoudiger en vaker te kunnen maaien, en bedoeld voor herstel van de (eventueel in te zaaien) vegetatie. Maar dient ook voor het luchtig blijven van de bodem (noodzakelijk voor de vegetatie) en het voorkomen van wortelstress bij essen (een oorzaak van essentaksterfte).

We zijn aan de dijkviltbraam, toen nog onbewust, nogal wat soorten kwijt geraakt (zoals wikke, boerenwormkruid, akkerdistel, weegbree) en hebben dat toen geweten aan een verdwijnende successiefase, in plaats van aan de gevolgen van een tamelijk agressieve, invasieve exoot.
We hebben er ook nooit eerder bij stil gestaan dat iependienst machines zoals die van Meyer en Meyer regelmatig onder boomkruinen stonden of reden, en dus wortelstress en bodeminklinking veroorzaken, en daarmee de bestrijding van bramen nog onmogelijker maakt.

De soorten die we kwijt raakten, ook die waarvan je niet kunt stellen dat het om kort-kiemkrachtig zaad gaat (wel om soorten die meer licht willen), komen niet vanzelf terug, want de bodemstructuur klopt niet meer.

Lering: vegetatie herstelt zelden uit zichzelf. je moet weten wat ervoor stond, en of dat nog succesvol inzaaibaar is na afloop van een ingrepen. is de bodem ingeklonken? Vergeet het maar tenzij je daar ook iets aan kunt doen. Doe ook nooit alles tegelijkertijd, want dan raak je ook de bodemschimmels kwijt.
Als je veel verwijdert, is de kans op vestiging van invasieve exoten groter.

Maaiprotocol

Er zijn aannemers geweest op Spoorzicht waarvan personeel een grasveld maaiden van buiten naar binnen, met berm en al, en alles veel te laag; eenvormig. Voor dieren die wonen in het gras (zoals dwergmuizen en hommelnesten) met dodelijke afloop.
Je zou verwachten dat groenwerkers voldoende kennis hebben. De aannemer zelf heeft die kennis, sommige werknemers niet.

Een kwaliteitskaart en een maairegiem van 1 of 2x per jaar, is ontoereikend wanneer het gaat om onderhoud bij excessen van plaagsoorten, zoals reuzenberenklauw, veelbloemige roos, japanse duizendknoop, dijkviltbraam, klimop, riet, en ga zo maar door. En als het gaat om slootkantbeheer.

Slootkanten en padbermen dienen altijd laag gehouden te worden; slootkanten vanwege waternet (baggerontvangstplicht), padbermen om te voorkomen dat paden voortijdig dichtgroeien (d.w.z. voor de volgende maaibeurt).

Bij Dijkviltbraam en Canadese kornoelje gaat de groei ook 's nachts gewoon door (lamplicht van A1, A10 en rangeerterrein), en zijn bij voldoende vocht en voldoende warmte takken in staat in een maand tijd 2-4 meter in lengte toe te nemen, en zo paden te blokkeren.

Padbermbreedte stel je vast door dergelijke struiken minimaal in groeilengte zo ver terug te zetten als er groeimaanden zitten tussen de maaibeurten.

Ik heb geen idee of dergelijke kennis vast ligt in een maaiprotocol. Ik vrees van niet.

In Exoten verwijs ik naar 4 publicaties in het KNNV Amsterdam blad Blaadje over plaagsoorten.
Daarin ga ik in op een aantal plaagsoorten, hun zonering en hun aanpak.
Veel van die info staat ook op deze website, maar niet zo compact en samengebald als in Blaadje.
De pagina's in Blaadje zijn pas ontstaan toen de webpagina's er al grotendeels waren.

Lering: maaiprotollen zoals ik die ken in Diemen berusten op kwaliteitskaarten. Die houden geen rekening met de aanwezigheid van invasieve exoten. Dat is een tekortkoming omdat je alert moet zijn op het opduiken ervan. M.a.w. een aannemer die op basis van een kwaliteitskaart een klus aanneemt, moet ook terugmelding kunnen doen van bedreigingen door plaagsoorten. Hij is daar zelf ook bij gebaat, omdat dit onvoorziene omstandigheden veroorzaakt waardoor hij zijn prestaties (in de nabije toekomst) niet kan halen.

Iepenprotocol

Over het iepenprotocol zie Iepziekte (protocollen). Dat is de iepen-pagina uit een reeks over exoten, en op die pagina komen meer tips voor dan alleen onder dit subkopje.

Het komt erop neer dat Diemen (en Amstelveen) het Amsterdamse iepenprotocol volgt, en het Amsterdamse iepenprotocol is gebaseerd op het Friese (en Groningse) iepenprotocol.
De makers van het Friese iepenprotocol zitten tegenwoordig bij SIF en die geven ook recentere tips door.

Lering: het huidige iepenprotocol in Diemen is een aanfluiting vergeleken bij het Amsterdamse, Amsatelveense, Friese, en Grooningse protocol. Er moet nog maar eens naar gekeken worden.

  Spoorzicht   Tot     1 juli 2026 https://werthof.home.xs4all.nl/
Vanaf 1 juli 2026 https://werthof.mijnweb.site/
     
Laatste stilistische wijziging: 21 juni 2026