| Proefvlakken & Projecten in Spoorzicht
De minst gedeelde informatie op deze site betreft de Proefvlakken, Proefveldjes en Projecten in Natuurpark Spoorzicht. Proefvlakken waren gebiedjes waarin experimenten plaatsvonden met beheeringrepen. Vaak ging een proefvlak samen met een project van grotere omvang of werd het onderdeel van meerdere samenhangende ingrepen. Deze pagina heeft een eigen submenu: Klik hier om het in de zijlijn te laden. |
|
| Het best gedocumenteerde project Hügel-gebied,
dat is een experimentele beheervorm. Je kunt het hele Hügel-gebied zien als een groot proefvlak,
maar als project omvat het veel meer: kern is de afwisseling van vormen van biomassa-opslag
ten behoeve van kleine zoogdieren, insecten, amfibiëen en schimmels, aangeboden in de vorm van
houten muurtjes, met hout gevulde heuveltjes, en een gat (vijver).
De vijver is niet jaarrond watervoerend, en is als zodanig ook niet bedoeld.
In het voorjaar staat er (veel) water in, in de zomer valt hij droog,
en dat blijft zo tot de natte tijd weer aanbreekt.
Het project heeft een begin datum, er is meerdere jaren aan gewerkt, en het project heeft feitelijk een einddatum omdat door aanleg van een spelaanleiding het gebied is gehalveerd. De helft van de vormen van biomassa-opslag is eraf gebulldozerd. Dom, naar mijn bescheiden oordeel. Het had zo niet gehoeven! Er is een nieuw pad gemaakt naar de speeltuin net 30 cm ten oosten van het bestaande pad, maar vergeten (of niet beseft) dat dit pad 20 cm hoger moest liggen, het zand ervoor was beschikbaar bij ingang-I, en men had de machinerie. Reactie: oerstom! Het had zo niet gemogen! |
| Het Hügel-gebied kan in de wintermaanden extreem nat zijn. Daarom hebben we dit project juist daar uitgevoerd. We wilden dieren een droog winteronderkomen aanbieden, en uit monitoring bleek dat dit aanbod werd gewaardeerd. |
Foto 8 mei 2023 |
| De Hügel-vijver mag dan niet jaarrond watervoerend zijn, maar in mei staat er nog water in. Een drempel (zanddam) voorkomt leegloop als het water zich terugtrekt. Het vijverwater moet eerst die drempel onder de grond door passeren of verdampen, en dat houdt het gebied als geheel langer vochtig. Het is dus puur opzet geweest om die dam in stand te houden. |
|
Bij een Hügel hoort flora (planten). Waardplanten (babyvoer) en voedselplanten voor imago's (nectar en stuifmeel).
Die planten (en struiken/heesters) zijn meteen na aanleg aangeplant.
Allerlei bloeiende waterkant soorten (kattenstaart, gewone wederik, heen, kalmoes, moerasspirea). Wat hoger op look zonder look,
gewoon nagelkruid, paardenbloem, bosaardbei, ganzerik, senegroen, en nog wat hoger op lijsterbes en meidoorn.
Dat zijn allemaal soorten waar je insecten een groot plezier mee doet. Om de nectar, om het stuifmeel, om het blad, om de afwisseling. |
|
Er waren veel meer kleinere en grotere veldjes dan nou net die opvallende en grootste Hügel van Spoorzicht,
en ze waren bij menigeen geliefd, weten we van veldgebruikers.
Vaak ging het bij een proefvlak of project in eerste instantie om het verwijderen van de invasieve exoot Dijkviltbraam. want dan kon je wat ontwikkelen, of afwachten op wat er dan zou komen. De laatste tien jaar zijn twee andere invasieve exoten beeldbepalend. |
| Het begin van een proefveld of project
Een proefveld of nis begint standaard als open vlakte, dus zonder exoten, en met een opengescheurde bodem. En alleen al daar genieten veel hondenbezitters van. Gewoon een veldje waarop bijna niets groeit, en waarin een hond naar hartelust kan graven, zonder iets stuk te maken. Wat was de opzet, is die gehaald, en wat het resultaat na zoveel jaar? Veel beheerde veldjes werden door de landschapsarchitecte aangewezen als plekken om spelaanleidingen te plaatsen. Dat zegt iets over haar natuurinzicht (ze zag dat er kansen liggen, niet voor de dieren waarvoor die kansen zijn aangebracht, maar wel voor kinderen waarvan zij haar specialiteit had gemaakt), en over de noodzaak om terreintjes met spelaanleidingen te onderhouden, misschien zonder zich dat laatste bewust te zijn geweest. De kans is groot dat iemand een toestand als gegeven ervaart, en niet stil staat bij het onderhoud dat nodig is om die toestand in stand te houden. De minst schadelijke plekken (voor de dieren die er moeten leven) zijn in overleg gekozen. Helaas ging de keus voor dieren ten koste van de planten, een gekoesterd en vertroeteld stinsemilieu is daardoor vernietigd geraakt. Er was ook een jonge ecoloog mee. De plekken die hij het mooist (het meest oer) vond, waren de plekken die vegetatief het laatst waren omgevormd, zoals het covid-project. |
| Keus, valt er iets te kiezen, dan?
Knelpunten zijn plekken waar plaagsoorten het maairegiem bepalen. Proefvlakken zijn plekken waar plaagsoorten zijn weg gehaald in de hoop dat er iets anders voor terug komt. Daarvoor moet je bij braam en kornoelje nogal ruig tekeer gaan met hak of drietand om de wortels eruit te trekken. Niet alleen de dikke wortelstok, maar ook de dunnere, zwarte kabels. Want anders heb je alles binnen een jaar weer terug. Projecten is een verzamelterm voor alle ingrepen, ook ingrepen die tot doel hadden bobbels en kuilen te maken, of padophoging mogelijk te maken. Keus is volgorde en voorkeur: welke ingreep doe je het eerst, en waarom? Bij vrijwilligers gaat voorkeur boven noodzaak. Het moet wel leuk blijven! Dus keus-volgorde wordt bepaald door de vrijwillgers die er zijn. |
| Een sportveld is vlak, natuur is oneffen
Natuur bevorder je door niveauverschillen aan te brengen. Oneffenheid, daar draait het om. Oneffenheid bereik je door miniheuvels en minivijvers of greppels te maken. Als je bobbels en kuilen afvlakt, daalt de biodiversiteit, en breek je de natuurlijkheid af. Dat komt omdat je, door afvlakking, de mogelijkheid van microklimaatverschillen afbreekt. Zon-schaduw, licht-donker, warm-koud, hoog-laag, zijn allemaal relatief, maar wel kenmerkend voor het bestaan van microklimaatjes. Veel van die verschillen zijn zo klein dat wij ze als mens zelden waarnemen, maar planten en (koudbloedige) dieren doen dat wel, en zijn er van afhankelijk. Pas als je naast een pad de berm instapt, bemerk je dat je op een dijkje liep. Je voeten nemen dat waar. Nu niet meer, in 2025 maakte Meijer Boomverzorging een eind aan alle dijkjes door die met een dragline-bak glad te strijken. Mooie brede, strakke, gladde paden. Met daarop een dikke laag houtsnippers. Petje af, pure klasse. Maar helaas, al die microklimaatjes zijn nu ook weg. En wat resteert er van de berm? |
Dit pad lag vroeger op een zanddijkje. Een dijkje is in de natte tijd noodzakelijk. De schuine bermen waren vastgelegd met grasplaggen. Meijer Boomverzorging vlakte de dijk af met een dragline. Op dit stuk kwamen geen snippers terecht. In de natte tijd is dit pad onbeloopbaar. Op de foto rechts staat Canadese kornoelje (Cornus sericea), zomer 2026. |
|
Op het projectenkaartje staan alle projecten van enige maat.
Tot de projecten reken ik niet de aanleg van paden, maar wel de aanleg van vijvers die nodig waren
om paden te kunnen ophogen, en takkenrillen en houtrillen die nodig waren om paden visueel
van elkaar te scheiden. Postzegelveldjes van 4 bij 4 meter vallen erbuiten, maar waren er ook.
Uiteraard werden vijvers niet alleen voor paden gebruikt, maar ook voor de aanleg van kleine verhogingen in het veld, zogenaamde hügels. Over Hügels gaat de pagina hugelen.html. Hügels ontstaan meestal uit takkenrillen of houtrillen die worden afgedekt met grond. Er zijn 8 of 9 Hügels en in 3 gevallen bestaan die binnenin uit steen, puin, gebroken stoeptegels en/of aardenwerk. En is ook een twijfelgeval (niet meegeteld), gemaakt met mosselschelpen met grond erover. |
|
| Op dit projectenkaartje heeft elk project een naam of een nummer. Projectnaam en/of nummer, padnaam en kompas helpen het fotoarchief te ontsluiten, maar ook om achteraf projecten aan te duiden. In het submenu worden die namen en nummers gebruikt om iets over die plekken te schrijven. |
Merk op: er is nog geen houten hek bij ingang I. |
| Project Yin Yang, ingang I
Yin yang is een op zichzelf staand project, en mogelijk het allereerste. Alle andere projecten hingen ergens mee samen, met andere deelprojecten in het park. Dit project niet. Doel was om het bekende yin yang teken na te bootsen in een heuvel-vijver vorm (met een hoge, droge helft, en een lage, natte helft). En daarbij zou het hoge deel dan ook meteen dienen als uitzichtpunt om zomers het hoge riet te kunnen overzien. Er werd materiaal van buiten het hek aangevoerd: puin, stenen, zand, etc., allemaal nodig voor dat verhoogde uitzichtpunt. Het greppeltje erachter (dat vaak droog staat), is daarvan gescheiden met grijze, gebroken, en opgestapelde stoeptegels. Rode graffel in de grond deed wonderen voor de stevigheid van het bouwwerk. En zo ontstond ook een rood-groen contrast tussen beide helften. |
|
Er is niets mis met het concept, maar tijdens een rondleiding gaf een gemeenteambtenaar aan,
dat dit bouwsel potentieel gevaarlijk is voor spelende kinderen, net zo gevaarlijk in feite als een vijver van 180 cm diep.
Dat zou niet moeten kunnen.
Natuurbelang (ecologie) gaat niet altijd samen met kindveiligheid. En bij ons staat dat natuurbelang voorop. Als je alles kindveilig moet maken, dan houd je alleen kinderspeelplaatsen met rubberen tegels over, niet ons idee van een natuurpark. |
|
Alle begin is moeilijk, en samenwerking wel het allermeest.
De een zaaide Bevertjes (een grassoort op schrale zandgrond) op het hoge deel, en de ander hoogde het uitzichtpunt
op met houtsnippers. Einde schraalte biotoop. Einde Bevertjes.
Dat soort beginnersfouten kwamen meer voor. Het project Bosbeek werd uitgevoerd met schraal zand. Er was een met schraal zand verhoogde berm langs de beek waarop valse salie werd gezaaid (een bossoort op zandgrond). Een week later besloot iemand anders (zonder overleg) die plek op te hogen met houtsnippers. Einde schraalte biotoop, einde zaaipoging. Met sommige vrijwilligers valt schijnbaar niets te overleggen. De een plant ergens een rietorchis, de ander zet exact op die plek een week later vol trots Koninginnekruid, erbovenop. Einde orchis. De een wiedt grote brandnetel weg tusssen bosandoorn, de ander rukt de bosandoorn zelf uit, menende dat dat nou juist grote brandnetel is. En zo kun je wel doorgaan. Alle begin is moeilijk. Dat soort dingen komen voor in vrijwilligersland, in het bedrijfsleven, en wellicht ook in de gemeentelijke organiatie. |
Foto 15 augustus 2006: uitzichtpunt naast Waterwilg ( let op: graffel ! ) |
Foto 8 september 2015 Zodenhoek (maaiproject): het gasbedrijf kwam langs |
| Zodenhoek (maaiproject)
Verhullende projectnaam: er zijn nooit projecten geweest die uitsluitend bestonden uit maaien. Maaien is hooguit onderdeel van een project, en meestal alleen het meerjaren onderhoud van een langer bestaand project. De Zodenhoek veranderde in 2015 toen het gasbedrijf een aannemer stuurde om de regionale gaspijp te verleggen op piepschuimen blokken (t.b.v. de in 2016 geplande bouw van een flat langs de zuidzijde van het park, let wel de gemeenteraad was nog niet accoord met die bouw). Om bij de pijp te komen moesten de bomen die erboven groeiden, worden gerooid. Meer oostelijk had men het kroonhout aan de zuidkant, en het stamhout aan de noordkant opgestapeld. Van die twee houtstapels maakten we gebruik om het faunabeheer te versterken. Er waren veel plekken waar padden en ringslangen konden schuilen en zonnen. En het gevolg was dat honden en huiskatten voortaan veilig konden passeren, zonder de inheemse fauna schrik aan te jagen. De zuidelijke stapel (het kroonhout) werd tot hugel omgetoverd, door er stelselmatig maaisel (hooi en braamranken) op te storten. |
|
Het Zodenhoek project van 2015-2025
De voorgeschiedenis van 2007-2015 laat ik maar weg. Het verleden herhaalt zich voorlopig niet meer: takkenrillen rondom de westpunt. Boven de pijp ontstond een kale vlakte waar haagwinde, dijkviltbraam en grote brandnetel samen de macht grepen. Alleen jaarlijks maaien hield die plaag in toom. Het hooi ging op de Zodenhoek-hugel. Aan het maaien van die plaagsoorten kwam een eind nadat de iependienst (in 2022) de Zodenhoek achterliet met daarop een verspreide stapel gevelde, maar ongevilde iepen, afgezaagd met 1 enkele zaagsnede. Kortom, met de complete kroon er nog aan. Daarna viel er niets meer aan plaagsoortbestrijding te doen, behalve het smalle pad naar achteren open houden (om twee redenen: er lag een cache van geocaching.nl en er groeiden boschampignons in de bosjes van de westpunt, en die maakten onderdeel uit van de paddenstoel-excursies die we gaven). |
|
Dicht laten groeien geen optie, want
Tijdens planvorming rees het idee dicht laten groeien, is dat een optie? Op zich prima, ware het niet dat (...) Aan de noordoever is een plaag uitgebroken van Reuzenberenklauw (een invasieve exoot). Wil je die plaag kunnen bestrijden, dan zul je erbij moeten kunnen komen. Oftewel open houden, is helaas onvermijdelijk. En maaien is dat dus ook. Voorjaar 2023 zijn die reuzenberenklauw planten (opnieuw) door vrijwilligers afgeschoffeld, en is de gemeente opnieuw in kennis gesteld, en is er op aangedrongen dat men deze taak als gemeente eindelijk serieus neemt. |
Foto 9 juli 2025 meer dan 100 zieke iepen versnipperen, dat doe je zo |
| Ineens is alles weg (2025)
In 2025 heropende Boombedrijf Meijer de Westpunt (en daarmee ook de Zodenhoek) door vrijwel alles te kappen en te vermalen. Zelfs de hout- en takkenrillen (kroon- en stamhout van het gasbedrijf) die er al lagen en de wilde dieren (de fauna) beschermden tegen de hier uit gelaten honden (en huiskatten). Er lag van alles door elkaar, kroonhout van es, iep, els en berk, al tien jaar lang. En zelfs als je van mening bent dat iepenhout, geschild of ongeschild, vermalen moet worden als het besmet kan zijn, dan is 11 jaar dood hout toch echt allang niet meer besmet Er was dus geen enkele reden voor het vermalen ervan. |
Daar lag tot 2025 het kroonhout met de hügel |
|
Kroonhout, stammen, dat waren middelen om recreatie te laten samengaan met natuurbeheer, door specifieke beheer-ingrepen (voor met name fauna-beschermng). Alles is vernietigd. Er is geen natuurbeheer (fauna beheer) meer mogelijk in de westpunt, en dat alles zonder overleg. Takkenrillen leggen is ook onmogelijk, want er zijn geen takken meer. Alles is vermalen. En dat terwijl de gemeente net een nieuwe faunagoot zou lanceren tussen Oosterringdijk en Spoorzicht, via deze westpunt. Hoe kan dit? Qua intern gemeentelijk overleg, bedoel ik? De verantwoord ambtenaar legt het zo uit: met de aannemer was een correcte afspraak gemaakt. Hij nam een onderaannemer aan voor de uitvoering, en die heeft de opdracht versimpeld tot versnipper alles. En dat heeft hij gedaan, precies en volledig. Shit happens. De projectleider stelt dat de faunaverbinding voorlopig niet gaat lukken omdat Prorail daaraan zou moeten meewerken, en dat niet wil. Volgens andere info komt dat omdat de strook grond door Prorail is verkocht in 2014. Dus de gemeente heeft geen toestemming nodig van Prorail, maar van de huidige grondeigenaar. En die werkt niet mee zonder politiek onbespreekbare tegenprestaties te eisen. |
| Waarneming totaal genegeerd
Reuzenberenklauw overleefde de dikke laag houtsnippers van Meijer Boomverzorging (en groeide er gewoon dwars doorheen). Daardoor wordt deze soort lastiger te bestrijden, want je moet of kunnen schoffelen (dat is nu lastiger), of een wortelboor gebruiken (probeer die maar eens door de houtsnippers te krijgen) of de bloem eruit knippen (met speciaal gereedschap). Helaas troffen we in het najaar van 2025 weer uitgebloeide bloemen aan. De stelen en de zaadjes hingen half boven de sloot. |
| Onderbezetting betekent vacante functies (2025)
Navraag leerde dat de ambtenaar die er over ging, ontslag had genomen. Daarom ontbrak aansturing. Gelukkig is er inmiddels een ander aangenomen, en wordt er nu dus weer wel aangestuurd. Zaadjes kiemen zeker nog 14 jaar lang. Dat is de prijs die je betaalt voor dit personeelsbeleid. Veertien jaar lang onderhoud omdat ontslag nemen leidde tot een gat in de minimale personeelsbezetting, op het moment dat je de bloei (en dus zaadzetting) had kunnen voorkomen. Reuzenberenklauwbestrijding is voortaan een gemeente taak, en wordt uitbesteed aan kundig personeel. Zolang er aansturing is. |
Hoe goed de gemeente het ervan af brengt in 2026, zie je hier |
|
En weer in bloei, en zaadzettend, in 2026
De dienstdoend ambtenaar: tja, we hebben een tekort aan opzichters op het moment, en zelf heb ik onvoldoende tijd om alle terreinen af te lopen. Ik heb er nu een foto van gemaakt, maar het kan helpen als mensen foto's mailen, zolang er te weinig opzichters zijn. Waarnemers? monitors? |
| Er zijn 6 recente proefvlakken (looptijd 2017-2026) en die zijn met romeinse cijfers genummerd.
Oudere klussen hebben een naam, zoals Bramennis (uit 2003) en Bloemennis (uit 2006).
En er zijn klussen rondom vijvers. Een deel van zo'n klus is het graven van de vijver zelf, een deel ervan is de klus die met de grond uit die vijver gedaan kon worden, zoals het ophogen van paden en het maken van mini hügels. Zo is er een vijver aan de noordkant (Bosvijver), aan de zuidkant (Ton's vijver), en aan de westkant (Puntvijver of NJN-vijver). Er is een vijvertje bij de Hügel. En er is een vijvertje ontstaan als gevolg van het tijdelijk inkuilen van twee lindenbomen uit de wijk Buitenlust. |
Er werden bij de ophoging van Buitenlust 2 linden gespaard (foto 7 oktober 2001). |
Bomen terug naar huis, gaten bleven (5 januari 2003). |
|
De linden werden tijdelijk ingekuild op Spoorzicht. Toen de bomen terug naar huis gingen,
zijn de plantgaten nooit meer opgevuld, behalve dan met water in de natte tijd.
Achteraf vergeefse moeite, dat gezeul met die linden, want bij de eerst volgende ophoging van de wijk Buitenlust zijn ze alsnog afgezaagd. |
Gat blijft een gat (foto 15 sept 2004) |
Bosbeek (foto 15 aug 2006) |
| De Bosbeek ontstond in 2005
De Bosbeek ontstond nadat een oud tegelpad was opgenomen en in 2003 was verlegd naar het zuidpad. Het pad lag (ligt nog steeds) in Voetbalveld-I aan de zuidkant. Het zand van onder het opgenomen tegelpad werd gebruikt om het nieuw gelegde tegelpad mee op te hogen. (tegels onder, zand boven, in de omgekeerde volgorde dus). Zo ontstond een stevig zandpad. |
Suez-kanaal, het holle laantje (foto 13 aug 2006) |
|
Toen er op die manier een greppel was ontstaan van het natte middenpad naar het
Suez-kanaal, ontstaan in 2003, is deze door middel van een kronkelig greppeltje door
verbonden met de slootkant.
Waar de Bosbeek het pad kruiste, lag een brug (een dikke schijf populierenhout). Toen de brug verteerd was, is deze vervangen door grindtegels. |
De brug over de Bosbeek (foto 26 okt 2006) |
![]() |
![]() |
| Tegelpad (Foto 15 aug 2006) | Bosbeek (Foto 5 maart 2006) |
| Als het water hoog op het land staat, kan het naar de sloot aflopen,
maar bij zeer hoog slootpeil kan het water ook juist landinwaarts stromen.
Het middenpad bleek voor stekelbaarsjes en jonge snoeken de fourageerplek bij uitstek te zijn: ondiep schoon water met veel watervlooien. Met maar een nadeel: je moet op tijd weg zijn, voor het land droog valt, en dat geluk is menige vis niet gegeven. De Bosbeek uit 2005 werkte in februari 2025 (nog steeds), maar had ook een keerzijde. De afvoer in de sloot leidde tot deltavorming (onder water), en de verbinding met de greppel slibde regelmatig dicht. Het was een minikreek met beperkingen. In februari 2025 (Boogaart, Almere) belandde er dusdanig veel houtsnippers op deze plek, dat de Bosbeek en het Suez-kanaal sindsdien onvindbaar zijn. En dat betekent ook, dat het middenterrein niet meer kan afwateren op de sloot. Zonder afvoer betekent dat het Hügelgebied nog veel natter kan worden in het natte seizoen, en het was daar al zo nat. Winter 2026 ontsprong deze dans. Te weinig regen, om te moeten afwateren. Het leek dus allemaal nog wel mee te vallen met de Bosbeek-noodzaak. Desondanks: dit project eindigde in februari 2025, is opgeheven. |
21 juli 2026: waar is de Bosbeek gebleven (kun je dat nog zien)? |
![]() 29.01.2023: Hügelpad |
![]() 29.01.2023: Bosbeek |
29.01.2023: Ton's vijver |
8 jan 2021: Hügel nattigheid |
Bramennis (8 mei 2003)
|
|
Bramennis en Bloemennis zijn meerjaren projecten (van meer dan 20 jaar oud) die tot en met 2023 zijn bijgehouden (door jaarlijks te maaien en het maaisel af te voeren). De Bramennis kostte jaren achtereen het knippen en slopen van bramen en het omvormen van de grond naar bloemrijk grasland. |
Bramennis (2 jan. 2003)
|
|
Een of andere iependienst-aannemer heeft bomen geschild op dit veldje, en daarmee de zaak zodanig verruigd en vermest, dat we daarna weer opnieuw konden beginnen, en alle snippers zijn toen handmatig verwijderd omdat het niet op een andere manier kon. |
Bramennis in de winter (26 febr. 2004) |
Bramennis (15 sept. 2004 ) Het depot voor (dijkvilt-)braam snoeihout (op een takkenril). Dit depot werd gebruikt t/m 2024, voor alles tussen ingang-III en de Eerste punt, inclusief de Bloemennis. Als het depot vol was, dan werd uitgeweken naar de takkenril rondom de Bloemennis. |
De Bramennis had 2 functies die het zinvol maakte e.e.a. voortdurend bij te houden:
|
Bramennis (Foto: 2 mei 2007) |
| Onderschat probleem: bramen zijn killers
Gras moet je zaaien, het overleeft niet uit zichzelf onder de braamgewelven. Dat zaaien heeft als voordeel dat het niet langer het sportveld-grasmengsel is, maar zaad wat je net toevallig kunt oogsten in het wild. En als gras is opgekomen, moet je het maaien (zeisen). Eventueel braamopschot jaarlijks uit de grond hakken. Zo ontstaat een mooi gazonnetje. In de bramennis is in 2001 een zomereik aangeplant, opgestart met een schepje paardenmest; later volgden meer eiken. Doel: excursiestof kunnen aanbieden, samenlevers rond zomereik. |
Ramshoorngal (Andricus aries) |
Kleine aardappelbovist (Draadknotszwammen rondom) |
| Op deze zomereik groeit sinds 2002 een gal die nieuw was voor Nederland,
Andricus aries (Ramshoorngal), en de vondst in park Spoorzicht leidde
tot artikelen in Natura (KNNV-landelijk) 2003/2004 en daarmee tot introductie
in de wondere wereld van plantengallen en insecten,
en een eigen digitaal gallen herbarium.
Daarvoor was de eik niet geplant, maar dit kregen we er zogezegd bij cadeau. De eik was wel geplant voor zwammen die we er later inderdaad onder aantroffen, zoals Kleine aardappelbovist, en andere zwammen, zoals Draadknotszwam (de foto toont beide). |
Bramennis: storm blies iep omver (en nog wel wat meer...) De cache (van geocaching.nl) was hier te vinden, nabij de omgevallen stam |
| De Bloemennis ontstond uit stormschade. Een zuidwester storm had een bres geslagen in het elzenbroek, precies langs een deel van junglepad-I. Die stormbres was ingegroeid met braam en brandnetel. Nadat die soorten waren verwijderd, is er (in 2007) een 1 meter hoge takkenril rondom gelegd. Er kwam toen net veel hout (takken) vrij vanwege de baggerklus. |
Je kunt aan het gras zien dat het jaarlijks is gemaaid en gehooid. Foto: 29 mei 2007 |
| De takkenril had als doel te voorkomen
dat mens (en hond) van junglepad1 doorstaken naar het hoofdpad, of andersom.
Als je paden aanlegt dan wil je geen wildgroei van allerlei extra en onbedoelde paden die kriskras het terrein versnipperen. Dus je moet de mensen een beetje om de tuin leiden, als het ware, in elk geval om dit tuintje. Een takkenril werkt daarvoor goed; het is een vorm van recreatieve zonering die mensen gedachtenloos volgen. |
Pal achter de takkenril ligt Junglepad-I |
| Deze takkenril is jarenlang jaarlijks aangevuld, en ook gebruikt om braam wortels, hooi en later ranken van Canadese kornoelje en Veelbloemige roos te laten versterven. Daardoor bleef de takkenril van 2007 tot 2020 in stand, en dat is best wel lang voor een takkenril. Takkenrillen zijn niet duurzaam, wel erg nuttig. In een takkenril gaan erg veel takken. En die moet je hebben, als je voldoende vrijwilligers hebt die niet bang zijn om een beetje vies te worden. |
![]() |
| Een bedrijf als dat van Meijer Boomverzorging (2025) heeft geen boodschap aan takkenrillen.
Alle takken van de gevelde bomen zijn vermalen tot houtsnippers. Alles. Dun of dik, maakt niet uit. Alles.
Dat gaat dus ten koste van de biodiversiteit, er is uitsluitend een eenvormige massa houtsnippers.
Takkenrillen hebben hun eigen waarde voor slakken, insecten, kleine zoogdieren, padden en schimmels.
En na dit bezoek van Meijer is er buitengewoon weinig over gebleven om op rillen te kunnen leggen.
Reden om het Het SIF-Collectief (sifcollectief.nl) online te raadplegen. De mensen van het SIF-Collectief zijn de opstellers van het iepenprotocol, en als dat protocol veranderd is, dan weten zij dat als eerste. Nee, het protocol is niet wezenlijk veranderd op dit punt: schillen kan, versnipperen kan en (1 jaar) onder water opslaan kan.. Ambtenaar geraadpleegd: het zit anders. De aannemer nam een onderaannemer aan, en die versimpelde de opdracht tot alles snipperen. Vandaar ... |
De oostkant van de Bloemennis bevat een lage hügel |
| Muisonderzoek (met longtraps, geleend via Floor van der Vliet, van Nozos)
in 1999 wees uit dat muizen een voorkeur hebben voor de net iets drogere randen van het terrein,
en na enig na-onderzoek bleek dat muizen graag bij dit walletje zaten onder wilg en meidoorn.
Er zijn in de bloemennis enkele elzen omgezaagd vanwege de omvang van hun boomkroon en er is een muisbestendige miniheuvel gemaakt (20 cm hoog, met daarin drainagepijpen van klei), en grond uit de bosvijver. De degelijkheid van de muizenhügel, was kennelijk nodig. Een auto van de iependienst parkeerde er bovenop. Om droog te kunnen uitstappen, waarschijnlijk. En dat ging zonder meer goed, tot onze verbazing. |
| In 2015 werd een lichtschacht gemaakt in de Bloemennis, qua richting haaks op de stormbres. Die schacht had gevolgen die we niet konden voorzien: een pinksterbloemenveld in het bos en een goudveil veldje behoorden beide tot de verrassing van deze lichtbaan, vooral omdat dit gebeurde in het meest duistere deel van de schacht. |
In 2018 zie je de takkenril (uit 2007) nog steeds (inmiddels wel wat lager) |
| Als je een noordwest-zuidoost lichtbaan maakt, dan verwacht je dat de ochtendzon op de bosrand valt, en dus op de padberm aan de noordkant van het pad. Daar verwacht je dan een verrijking van zonminnaars. Maar die kwamen niet. En zijn er ook nooit gekomen (als je grote brandnetel en kleefkruid niet meetelt). Het waren juist de schaduwminnaars die blijvend profiteerden. |
Op deze foto staat ook het 60 cm brede (zand)pad uit die tijd |
| In de lichtcorridor op de lichtere plekken (aan de zuidkant van het pad, op de foto rechts) hadden we later een explosie van kornoelje (rode en canadese) en veelbloemige roos. De invasieve exoten sloegen (juist daar waar de ochtendzon voortaan op de grond kwam) het eerste toe. Aan de noordkant van het terrein, terwijl ze tot 2016 bij de slootoever aan de zuidkant stonden. |
|
Op de muizen miniheuvel zijn soorten geimplanteerd zoals
boshyacint, lievevrouwenbedstro, kamperfoelie, wijfjesvaren, knopig helmkruid, en dagkoekoeksbloem.
De meeste soorten liepen weg naar betere standplaatsen er pal in de buurt, bijvoorbeeld net iets vochtiger, dus lager. Bramen kwamen wel op, op deze hugel, en die zijn er met enige regelmaat afgesloopt (dus niet alleen gemaaid of geknipt, maar ook de wortel eruit). Het grote grasvlak binnen de takkenrillen werd jaarlijks gemaaid, in ieder geval tot en met 2023. Op een plekje na, daar waar boshyacint stond werd alleen handmatig wat gewied. |
| Recente projecten: 2017-2026 |
![]() |
| Proefvlak I: Grof hakwerk (2019) | ||
| Deze plek is in 2026 niet meer herkenbaar, storm in 2026 blies de kroon van een wilg recht in het vrije gat. |
Zicht vanaf junglepad-II: wilg kroon kwijt. |
| Wilg(kroon) getopt
Dijkviltbraam is terug, en niet meer verwijderbaar als je niet eerst het kroonhout verwijdert. Proefvlak-I ligt in voetbalveld-I, ter hoogte van en in het verlengde van de houtril die achter de kinderspeelplaats (aan de zuidkant van het terrein) langs loopt. Die houtril was er toen nog niet, en die bestaat sinds najaar 2024 vooral uit dik, ziek iepenhout (uit 2022). Vrijwilligers zaagden de stammen in hapklare brokken, en vervoerden die per kruiwagen naar Proefveld-I. |
Foto 20 juli 2026: Wilgkroon viel in proefveld, Dijkviltbraam vult gat op, in en tussen de takkken. |
| Opzet met Proefvlak-I
Onze opzet met proefvlak I was kaalslaan en dan opnieuw beginnen. Dat ging goed, maar in de bodem zaten zieke essen haarwortels. Dat zegt genoeg: essentakvlieskelkje tast halfjaarlijks de wortels aan, dus je kijkt omhoog naar de kroon om het werk van de andere jaarhelft te bewonderen. Bingo, deze woudreuzen gaan dood. In de eerste jaren erna kiemde veel basterdwederik en heksenkruid. In de nazomer van 2023 werd een van de zieke essen afgezaagd, door een ingehuurde zaagploeg van de gemeente. In 2024 kwamen de bramen terug, ze groeiden met anderhalve meter per jaar naar het midden. Ook vielen er elk jaar een paar essen of dikke essentakken in de tot dan toe open ruimte. Je kon er niet meer bij. (2025 einde proefvlak-I). |
![]() |
| Proefvlak II: Grof knipwerk (2020)
Deze plek is vlakbij Proefvlak-I, en vormt een schuine lijn vanaf de hugel-bypass-bypass richting noordoosten. Het pad hugel-bypass-bypass (alias het Rina Ringslang pad, alias het scholingspad), is een pad dat de middellijn van voetbalveld-I volgt. En deze diagonaal wijkt daarvan dan weer 30 graden af (naar het noordoosten). De ingreep vormde een inham in de bramen, van zo'n 2 meter breed en 10 meter lang. Doel: dijkviltbraam terugzetten (doorgegaan), eventueel grondwinning (niet doorgegaan). Op de hoek van de afslag stond een dikke (30 cm doorsnee) gewone es. Die is op een dag door een door de gemeente ingehuurde ploeg boomzagers omgezaagd en in stukjes langs het pad gelegd. De voor meer licht geopende inham (proefveld-II) kreeg ineens veel meer zon dan ervoor. En de bramen (invasieve exoot) begonnen opnieuw te woekeren. Binnen een enkel jaar na kap was de inham volslagen dicht gegroeid (2023 einde proefvlak-II). |
![]() |
| Proefvlak III: Fijn hakwerk (2020) | ||
| Er is maar 1 herkenningspunt om Proefvlak-III te herkennen: de zachte berk.
Op deze foto staat de witte stam links acheraan (en er staat er maar eentje).
Op deze plek is najaar 2025 de kinderspeelplaats voor jongere kinderen gemaakt. De berk is gespaard. De plek zag er zo rustgevend en natuurlijk uit dat die toepassing wel hier moest komen, en niet ergens anders. Tot 2025 was de plek in onderhoud, d.w.z. bramen gingen eruit met wortel en tak, kiemende essen werden met de hand uitgetrokken, veelbloemig roosje ook. De grond werd weinig belopen, en daarop werd ook gelet. Rietwortels werden uitgeboord en zelfs veel hondsdraf werd handmatig verwijderd. Het pad erlangs werd ook extra onderhouden en afwisselend met snippers en met zand opgehoogd. De balken langs dat pad, oorspronkelijk zachthout (els), werden vervangen door inheems hardhout (es) zodra dat beschikbaar kwam. Mei 2023 is een deels houtril, deels takkenril aangelegd. Dit om honden te beletten, muizen, mollen, konijnen en grondbroedende vogels te verstoren. En om de ril te kunnen aanleggen werd tot voorbij de houtril-plek alle bramen verwijderd, opdat je er als vrijwilliger veilig bij kon komen. Dat alles was net klaar toen de landschapsarchitect op bezoek kwam. Het resultaat staat er nu. (oktober 2025 einde proefvlak-III). |
![]() |
|
| Proefvlak IV: het speenkruid veld
Dit veldje was Proefvlak-IV, ook gelegen in voetbalveld-I, maar meer naar het westen, en meer naar het noorden. Ogenschijnlijk oogt zo'n speenkruidveld heel natuurlijk. Maar dat is het niet. Het ziet er zo uit, omdat het zo werd beheerd. Alle dijkviltbramen zijn uit dit vlak verwijderd, met wortel en tak, in 2018. Alle kiemende essen zijn met de hand uitgetrokken. Er kwamen in 2020 wonderbaarlijk veel kiemen van rode kornoelje op, net alsof iemand een handjevol besjes op dit plekje had gegooid, omdat het toevallig toch net leeg was. En dat moet je niet hebben bij bosomvorming. Dus die zijn voor de zekerheid ook verwijderd. Proefvlak-IV werd van 3 kanten bedreigd. Vanuit het noorden door klimop (die zit er nog steeds, in 2025 en 2026). Vanuit het westen dijkviltbraam. Van bovenaf door zeer kiemkrachtige essenzaadjes. Allemaal heel vervelend, en bewerkelijk. Want als het terrein nat is, dan kun je er niet werken. De grond moet opgedroogd zijn. Ten westen van dit veldje groeide ook canadese kornoelje in de bosjes, vermengd met wat struiken rode kornoelje. Voor de zekerheid zijn alle canadese kornoeljes uit dit bosje verwijderd. In 2026 zijn er een paar terug, althans, je kunt ze zien vanaf het pad. Aan het kruispunt van 4 zandpaden in het speenkruidveld stond een haard canadese kornoelje onder een wilg. Ook die haard is voor de zekerheid verwijderd, want stond hemelsbreed te dichtbij. In 2025, 2026 is de canadese kornoelje daar terug, op een iets andere plek, dichter bij de houtril waarop de wortels lagen te versterven (pal bij het kruispunt). Daar staan nu 3-meter hoge exemplaren (4 stuks in 2026). Proefvlak-IV groeit sinds 2025 langzamerhand weer dicht, met dijkviltbraam. (2026 einde proefvlak-IV). |
| Proefvlak V: bloemrijke bosrand |
![]() |
![]() |
| Tegenover Franks kastanje (hartje) | ligt of lag een veldje Dagkoekoeksbloem |
|
| Proefvlak V ontstond in Covid-tijd.
Bramen (Dijkviltbraam) werden 5 meter achteruit gezet, met wortel en tak.
Er werden wat elzen opgeofferd (omgezaagd) voor de padranden. Er was daardoor net iets meer licht en ruimte op de grond
en in het speenkruidveld stonden deze roze dagkoekoeksbloemen te pronken.
Dagkoekoeksbloem is een indicatorsoort van kapvlakten en bosranden. Dus helemaal op z'n natuurlijke plek, zou je denken. Een ecoloog die op bezoek kwam, vond dit de allermooiste plek van het bos. Tussen 2001 en 2007 stond hier bosandoorn (uitgeroeid door een vrijwilliger die andoorn aanzag voor brandnetel), zevenblad (een tuinontsnapping) en boshyacint (kweekvorm, ontsnapt bolgewas). De grond bevat veel graffel, uit de tijd dat hier gehonkbald werd. Toen hier nog smeerwortel stond (1999-2005), was dit de enige plek met smeerwortelmycena. Dat inimini witte paddenstoeltje is een klei-indicator, d.w.z. komt uitsluitend voor op smeerwortels die op klei groeien. Op die plekken staat inmiddels al ruim 10 jaar gele lis (die kan beter tegen schemeren). Na de grootschalige kap in 2007 voor de baggerklus, sloeg overal braam op in het bos, zo ook hier. En alles viel eraan ten offer. Waar braam wint (en braam wint meestal), staat na enkele jaren niets anders meer. Proefvlak V had tot doel de berm terug te veroveren, en flora te herintroduceren als die niet vanzelf terug kwam. De flora kwam niet vanzelf terug. Nu inmiddels wel, maar nu rukken de bramen ook weer op. Tussen 2019 en 2023 waren ieder jaar kleine ingrepen nodig (een uurtje rommelen met groene vingers, hier en daar een braamrank afknippen en weg halen). Toereikend en weinig werk. De geintroduceerde flora neemt langzaam af. Dit betekent dat het zaad niet optimaal terecht komt, waardoor onvoldoende verjonging optreedt. Er zijn inmiddels andere planten die zich blijvend vestigen, zoals groot heksenkruid en hangende zegge (of je daar nou blij mee moet zijn, is een tweede) In 2026 is dijkviltbraam helemaal terug van weg geweest. En je kunt dan maar 2 dingen doen: of opnieuw de braam 5 meter terugzetten, en flora herintroduceren. Of alles verder maar op z'n beloop laten. |
Zo makkelijk in 2023, zo moeilijk in 2026, om te zien wat er groeit Essen en Dijkviltbraam domineren Proefvlak-V. De bodem (gras, kruiden, speenkruid) is niet meer te zien. |
Deze foto zegt nog het meest, want op de hoek staat nu het minst. Vroeger stond daar de bosandoorn en het Zevenblad. Het snipperpad is nu 2 meter breed geworden (...) Er is geen bermruimte meer. De berm werd onderdeel van het pad. |
| Proefvlak VI: noest hakken, spitten en trekken |
Proefvlak VI had een haag (leek het) van metershoge Canadese kornoelje. |
Proefvlak VI bleek na het ruimen een tikkeltje diep voor een haag. |
| Proefvlak VI was allereerst bedoeld als experiment voor een zelf verzonnen protocol.
Dat protocol diende twee doelen. Enerzijds bestrijding door verwijdering, anderzijds transport zonder nieuwe haarden te veroorzaken.
Bestrijding en transport gaan gepaard met het serieuze risico het omgekeerde te bereiken van wat je wilt.
In 2018 is de aanwezigheid van Canadese kornoelje in Natuurpark Spoorzicht uitgebreid onderzocht. Hoeveel zijn het er (ruim 6000)? Waar staan ze (vooral aan de oostkant)? Waar komen ze vandaan (uit de woonwijk)? Dichtbij de ingang (pal buiten het park, naast een tuin)? Verder weg (in Amsterdam Watergraafsmeer, Flevopark)? En het allerbelangrijkste: hoe herken je ze vegetatief in het winterseizoen(aan de wratjes) en hoe onderscheid je ze van onschuldige, inheemse planten die je niet kwijt wilt (aan de glans en aan de kleur) ? Vervolgens is nagegaan hoe je ze kunt bestrijden, wat zin heeft (rooien) en wat niet (maaien)? Er is een bestrijdingsprotocol opgesteld dat ook rekening hield met het transport van de oogstplek naar het hek. Daarna zijn proefvlakken gekozen, vrijwilligers gevraagd, en zijn die vlakken leeg getrokken. Tijdens teambuilding van een politieke partij zijn alle gerooide struiken naar depot1 en depot2 gebracht. In 2019 is gekeken wat er in depots nog leefde, wat er was dood gegaan, en wat er opnieuw op kwam op de proefvelden. Daarvan is een verslag gemaakt en de conclusie is gedeeld met de VBNE. Proefvlak VI was natuurlijk niet de enige plek die we dat jaar rooiden. Het aantal planten brachten we in 2018 terug van 6000 naar 2000. De rest staat er dus nog steeds, en als het tegen zit breidt de rest zich ook nog steeds uit. Toevallig was Proefvlak VI ook erg geschikt om te kijken wat er daarna zou gaan groeien. Uiteindelijk, de directe omgeving werd toch al voortdurend gemonitord. Nou simpel, het begon met basterdwederik en hondsdraf, daarna riet, daarna dijkviltbraam. En nu staat er een spelaanleiding. |
| Vijvers
In een oud ecologisch rapport van voor 1999 werd aangeraden om een vijver te maken die niet in verbinding stond met de sloot, maar wel jaarrond watervoerend was. Zo'n vijver graven bleek achteraf een te grote klus om ineens te klaren, omdat het grondwater in de zomer 120 cm lager staat dan in de winter. Daar kwamen we toen pas achter. Achter de oorzaak ervan ook: de drainage van het sportveld lag op die plek op 120 cm diepte onder het maaiveld. De pijpen lagen bloot op het veen, en daarop was zand en klei gestort. |
Foto Puntvijver (of NJN-vijver) op 26 febr. 2004 |
| Aanvankelijk was deze vijver klein; maar hij werd gaandeweg groter, nog groter en dieper, veel dieper. Sinds 2006 is de vijver jaarrond watervoerend met groot ecologisch nut. Het is water, zonder verbinding met een sloot, waarin broed (eieren, larven) zich ongestoord kan ontwikkelen. |
Foto Puntvijver (of NJN-vijver) op 11 maart 2006 |
| Wil een vijver jaarrond watervoerend zijn,
dan moet je hem uitdiepen tot ver onder de drainagepijpen.
We hadden de mazzel dat NJN-jongeren (regio Amsterdam e.o.) net in die tijd een klus zochten, en iets wilden maken van blijvende waarde. Operatie geslaagd. Deze vijver is van blijvende waarde gebleken. Maar ontmoedigend, omdat een dag graven ontoereikend bleek om de hele klus te klaren. |
Foto Puntvijver: snippers in een vijver dumpen? Dat kan echt niet! Maar 't was zo. |
| Snipperdump in vijver
Zieke Iepen aan de noordwest kant van de puntvijver in Natuurpark Spoorzicht zijn omgezaagd, en bij en in de vijver vermalen tot houtsnippers. Vrijwilligers zijn 2 dagen bezig geweest om de vijver te ontdoen van snippers, en daarna de slootkanten. Reden? Snippers vermesten alles, en in stikstof rijk vermest water gaan salamanderlarven dood. Natuurlijk zat er geen levende have meer in de vijver in oktober, en geen larven, want die verlaten na metamorfose als imago de vijver in september. Maar de snippers hebben wel consequenties voor het jaar erna. Kortom, dit gebeuren werd gezien als een frontale aanslag op het vijverbeheer. Zoiets mag je niet doen als Iependienst (onder-)aannemer. Er zijn grenzen van fatsoen, en dit is er zo een. |
Foto Bankje tegenover Puntvijver: de rugleuning van het bankje is het ijk-punt van de maximale hoogte van de begroeiing langs de slootkant |
|
In 2016 is de hele zuidkant tussen sloot en takkenril geschoond, om meer licht, en langer licht (van de ochtend tot de avond) op de vijver te krijgen. De bankleuning hoogte is net iets lager dan de takkenril, en vormt op die manier het ijk-punt van wat maximaal toelaatbaar is. Als de ril op is, rest het bankje (hopelijk). |
Foto Puntvijver (28 juni 2023): Moerasspirea bloeit (amandelgeur) |
| Klussen motiveren meer als je ze kunt afronden, of als je de klus van een ander afmaakt. Als je vaak met vrijwilligers werkt, dan krijg je daar oog voor. Wat voelt nou het lekkerste aan? En hoe vier, of deel je dat succes als groep? Vaak maakten we er een feestje van bij ons thuis na afloop, een eenvoudig maal van brood en soep. Dat rekt de gezelligheid en krikt het groepsgevoel net iets verder op: je doet het samen. |
Foto Puntvijver: 16 november 2023 (blik op het zuiden) |
| Zo'n vijver, dus. Zij groeven het begin, en anderen maakten de vijver af. Zo ontstond de puntvijver. Als het tempo inzakt, nemen anderen de uitdaging over, en maken het idee een jaartje later verder af. Zo ging dat steeds, en met elke vijver die daarna volgde. |
Foto Puntvijver: 22 mei 2024 |
| De zuidkant van de vijver is ondiep is, de noordkant is diep.
Tijdens aanleg reed de kruiwagen vanuit de zuidoostkant (in de bosjes) de vijver in, naar een zo laag mogelijk punt. Daar werd zand, klei en veen ingeschept, en dan werd de kruiwagen weer omhoog gehesen. Daarom kon het zuidoostelijk deel niet dieper worden dan zo'n 60 cm, en valt dus elke zomer droog. De noordkant is plaatselijk uitgediept tot 180 cm. en is daarom jaarrond watervoerend. Wat je aan de foto's van mei 2024 ziet, is de vergrassing van de vijver in de (voor)zomer. Het gaat om vlotgras. Indicatief voor petgaten (gaten in het veen). En vergis je niet, deze vijver is een petgat. De vijver steekt 60 cm diep in het veen, alleen de bovenste 120 cm is sportveldgrond. Vlotgras drijft (=vlot) op het water, en biedt op die manier houvast voor watersalamandereitjes. Anders gesteld: haal dit gras weg, en de watersalamander kan zich hier niet meer voortplanten. Veel beginners roepen in de zomer: maak die vijver schoon! En ik zeg daar alleen maar over : Niet Doen!, Laat Gaan!. Deze vijver is al ruim 20 jaar bewoond, en nog nooit geschoond. Kennelijk zijn de seizoenen in staat om de vergrassing voldoende terug te dringen. Afblijven. Nietsdoen is beter. Ik vond nog een paar foto's uit het winter seizoen. Je kunt eraan zien hoe hoog het water komt, en dat het vlotgras in januari sterk is afgenomen. Het eendenkroos is een ander verhaal. |
Foto Puntvijver: 24 januari 2024 (blik op het zuidoosten) |
|
Op deze foto zie je twee (witte) berkenstammen staan achter (aan de noordoost kant van) de vijver.
Dat zijn ruwe berken uit Zanderij Crailo (Hilversum). Tijdens een natuurwerkdag moesten daar uit de zanderij jonge bomen worden getrokken.
Van de 40 berkjes hebben we er 4 meegenomen, en daarvan hebben 2 het overleefd.
Waarom juist Ruwe berk, terwijl de Zachte berk in het hafdistrict meer voorkomt? Het antwoord: paddenstoelen (hobby) en gallen (hobby). Ruwe berk heeft (deels) andere begeleiders (symbionten) en andere parasieten dan Zachte berk. Ook gallen maken onderscheid tussen de twee soorten berk. Laten staan die bomen. Ze staan aan de goede kant van de vijver, en vangen de zon niet weg. Die komt immers uit het zuiden ... |
Foto Puntvijver: 24 januari 2024 (blik op het noorden) |
|
De hoofdreden waarom deze vijver ecologisch functioneert is niet dat hij jaarrond watervoerend is,
want de levende have die de vijver gebruikt, zoals de watersalamander, verlaat de broedvijver
zodra het juveniele dier volwassen wordt. Watersalamanders leven op land, behalve in de paartijd.
Dat betekent dat de vijver onbewoond is van september tot februari. Jaarrond watervoerend is een drogreden voor een amfibieënpoel, bedoeld voor salamanders. Uitsluitend het groene kikker complex wil jaarrond een watervoerende vijver. Groene kikkers overwinteren op de bodem in de modder. Maar voor die groep is deze vijver ongeschikt. Je ziet er ook nooit groene kikkers in zwemmen of erbij zitten zonnen. Het groene kikker complex wil een ander water-ecotype. |
Foto Puntvijver: 24 januari 2024 (blik op het oosten) |
|
Wat is die hoofdreden dan wel? Licht. Kijk naar alle foto's hier, het eerste wat opvalt, is licht.
Licht op de bodem, het hele groeiseizoen lang. Hoe bereik je dat? Door aan de zuidkant van de vijver de begroeiing laag te houden. De noordkant maakt niet uit. Daar komt de zon niet vandaan. Het gaat om het zuiden, en niet alleen het zuiden, maar van 's ochtends (zuidoost) tot 's avonds (zuidwest). Die hele oeverstrook moet voordurend laag worden gehouden, en dat vormt een project op zich. Als de bomen hoog zijn, kun je het hooguit duiden, en als ze laag zijn, ontgaat het je. Zolang de takkenril er nog ligt, geldt bomen en struiken tussen ril en slootkant, mogen niet boven de ril uitsteken Maar de ril zakt in, en dan staat alleen nog het bankje. De ril was een fractie hoger dan de rugleuning van het bankje. Dus als de ril zakt, dan is de hoogte geijkt aan de bovenkant van de rugleuning van het bankje. Zo simpel kan het zijn. |
|
En nu komt het vreemdste deel van de inbreng van Boomverzorging Meijer die zieke iepen zou weghalen. Dat bedrijf nam een onderaannemer aan, en gaf die de opdracht alles te versnipperen in 2025. Deze takkenril uit 2016 hebben ze toen ook mee versnipperd (het bankje was kennelijk opzij gezet). Weg ijkpunt voor de hoogte van het struikgewas. |
Bankje bij Puntvijver: 5 december 2020 (er zij licht) |
Bosvijver loopt bijna over op 21 febr 2002. |
Bosvijver viel (te vroeg) droog, op 27 juni 2003, dus nog wat dieper gemaakt. |
Foto Bosvijver op 17 april 2009 Aanvankelijk, rond 2002, 2003, was deze vijver klein; maar hij werd gaandeweg groter en dieper. In het begin werd de grond alleen gebruikt voor Junglepad1, later ook voor de kleine hügel in Project Bloemennis. De Bosvijver heeft nooit de 120 cm diepte gehaald die nodig is om jaarrond watervoerend te zijn. Dat was ook niet het streven. |
Foto Bosvijver op 27 mei 2009 |
| De Bosvijver is de noordelijkste vijver.
Hij ligt in het bos onder de boomkronen, en in de zomer is dat een schaduwrijke plek.
Maar niet in het voorjaar, want dan zit er nog geen blad aan de boom.
De vijver is niet jaarrond watervoerend. Voor de bruine kikker en de Gewone pad is dat ook helemaal niet nodig. Als er maar geen Amerikaanse rivierkreeft in zit, want die eet hun broed op. In het voorjaar hebben de bomen nog geen blad. Dan valt er nog voldoende licht op de vijver voor de voortplanting van Bruine kikker en de Gewone pad. Tegen de tijd dat de eieren uitkomen, komt er meer blad aan de boom, en neemt de schaduw toe, en blijft het water wat koeler. Zodra de donderkopjes verkikkeren, zakt het waterpeil, en in de zomer als kikkers en padden tussen de bosgrond rond scharrelen, valt de vijver droog. Daar is niets mis mee, al denken ecologen vaak van wel. Het ecologisch nut van dit type vijver wordt zwaar onderschat. Net alsof iedereen alleen maar kan denken aan het groene kikkercomplex. En niet aan andere soort-behoeften. |
Foto Zuidvijver (Ton's vijver) op 8 aug 2004 |
| Zuidvijver (Ton's vijver)
Vrijwilliger Ton kwam met het idee om hier een vijver te graven. Op zich was dat idee leuk, maar Ton houdt van schaduw, en dus plaatste hij deze vijver in de schaduw van de boomsingel langs de sloot. Die schaduw maakt de vijver onbruikbaar voor amfibien en reptielen. Er valt onvoldoende licht op. De vijver bevat ook tekort water voor salamanderlarven en donderkopjes. En er groeit geen vlotgras in (dat wil meer licht hebben), en vlotgras is noodzakelijk in voortplantingswater van salamanders. |
Foto Zand uit Zuidvijver (Ton's vijver) op 29 aug 2004 Met het zand werd het pad opgehoogd. want het lag te laag. |
| Voor schaatsenrijders en bootsmannetjes (insecten) voldoet de vijver uitstekend. Zij stellen andere eisen aan het water, en ze hebben vleugels onder hun dekschilden. Dus als de vijver droog valt, en dat doet deze vijver, dan vliegen ze weg, naar ander water. |
Foto Zuidvijver (Ton's vijver) op 15 juni 2006 |
|
Ook dit type vijver wordt door ecologen niet op waarde geschat.
Wel door insect liefhebbers, die zien het nut ervan direct in.
Er is door de jaren heen van alles gedaan aan deze vijver, maar hij is te ondiep om jaarrond watervoerend te zijn, en slibt regelmatig dicht, omdat de oevers te zandig zijn om steiler te graven. De vijverbodem gedraagt zich als keiharde klei. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk om er met de spade doorheen te steken. Dieper maken zit er op handkracht gewoon niet in. En er valt van 3 kanten schaduw op. Je blijft zagen als je dat wilt veranderen, en dat willen we niet, want in de bosrand staan rode lijst soorten en die willen we juist sparen. De vijver is minder belangrijk dan de rode lijst soorten. |
Foto Zuidvijver (Ton's vijver) op 29 mei 2007 |
| Bankjes en begroeiing
De oude bank (foto's uit 2006 en 2007) was zelf gemaakt van 4 stukken berkenstam en een beddenplank. De plank hield het maar de berkenstammen niet, toen een buurmeisje (naar eigen zeggen) erop ging wippen. |
Foto Zuidvijver (Ton's vijver) op 12 aug 2013 Nieuw tweedehands bankje van de Ruige Hof, langs het pad. |
|
De Ruige hof had nieuwe banken gekregen van het stadsdeel, dus de oude hardhouten banken waren overtollig. Kun je nagaan wat een kwaliteit, de bankjes staan al ruim 12 jaar (in 2026 nog steeds) in Spoorzicht. En er is nooit iets aan gedaan. En pas nu begint het hout wat te vermolmen. De verf bladderde er al eerder af. En er groeide veel mos op. Geimplanteerde begroeiing (zoals heen) hield in de vijver geen stand, de dotterbloem op de kant hield wel jaren stand tot een bezoeker deze plantengroep uitstak, ongetwijfeld voor de eigen tuinvijver. Een park heb je zelden alleen. |
Foto Zuidvijver (Ton's vijver) op 7 mei 2015 |
|
In 2013 kreeg de Zuidvijver een nieuwe bank, langs het pad. Die bank is in 2015 op een bordes geplaatst (zand, gestort tussen stammen). De wifi ontvangst is uitstekend, je treft hier vaak mensen aan met een mobieltje. Het fijne van de nieuwe plek is dat de Iependienst er geen last van heeft, in het voorbijgaan. En dus blijft het lekker staan waar het staat. Het bankje is verschroefd met borgmoeren aan twee zware grindtegels, en daarom kieperen vandalen het bankje niet in de vijver, wat ze met andere bankjes wel deden. Wat mensen toch al niet leuk vinden om te doen in hun vrije tijd! |
Foto Zuidvijver (Ton's vijver) op 10 juni 2018 |
|
Er zijn platstampers (Blue Meanies), ongetwijfeld Diemenees, trots op wat zij kunnen, die alle takkenrillen uit het bos afvoeren om een prachtige dam in deze vijver te maken op het moment dat die toch al bijna droog valt. Stoer hoor! Daar zijn ze zo een paar uur mee zoet (prime time voor het kind), en wij ook, een paar dagen later om alles weer terug op de ril te leggen. Het houd je van de straat, zullen we maar denken. Een project vergt altijd nazorg. Je bent er niet door alle stappen uit te voeren om het project te realiseren. Je moet alert bijven, ook in de jaren erna. Monitoring is niet toereikend. Als je ziet dat iemand een project verramscht, heeft het weinig zin iemand daarop aan te spreken, het park is van iedereen, maar er moet daarna wel iets aan herstel gebeuren. Anders gezegd: projecten hebben wel een begin, maar meestal geen einde. In dit geval eindigen alle beheerprojecten in 2026, omdat de gemeente het beheer overneemt. Normaal gesproken, zouden ze nooit eindigen. |
Foto Zuidvijver (Ton's vijver) op 8 augustus 2017 Er wordt niet alleen veel gemobield op dit bankje. Er viel ook heel wat te lachen. |
| Beheer Spoorzicht |
Tot 1 juli 2026 https://werthof.home.xs4all.nl/
Vanaf 1 juli 2026 https://werthof.mijnweb.site/ |
| Laatste stilistische wijziging: 6 juli 2026 |